In 1942 daalden er meerdere keren mysterieuze ballonnen neer in de bossen en velden rondom Zeist. Sommige droegen bussen met brandbare vloeistof. Andere hadden jutezakken of lange staaldraden. De Luchtbeschermingsdienst schreef er keurig rapport over — maar wat het precies was, wist niemand. Tachtig jaar later blijkt het antwoord te liggen in een van de meest ingenieuze én vergeten geheime operaties van de Tweede Wereldoorlog.
Een ballon in het bos
Het is maandagavond 8 juni 1942 als medewerkers van de Luchtbeschermingsdienst (LBD) in Zeist een melding krijgen. Achter de tuinen aan de Woudenbergseweg 31 is iets in de bosrand terechtgekomen. Geen vliegtuig. Geen bom. Een ballon. Eronder hangt een bus waarin een lichtje brandt.
De dienstdoende medewerkers noteren wat ze zien en na de oorlog eindigt het rapport in het gemeentearchief, inventarisnummer 1784. Dan sluiten ze het dossier. Wat de ballon daar deed, waar hij vandaan kwam en wie hem had opgelaten blijft onbekend.
Diezelfde avond, rond 20:15, maakt veldwachter Staats in Loosduinen bij Den Haag eenzelfde soort melding. Op het terrein van de plaatselijke gasfabriek is een ballon van circa drie meter neergedaald. Aan de ballon hangt via staaldraad een bus van veertig centimeter met een brandende vloeistof erin. De ballon wordt bewaakt, en later die avond opgehaald door een Duitse militair van het nabijgelegen landgoed Ockenburg.
Ook in Lopik en de omliggende gemeenten Willige Langerak en Jaarsveld worden die dag ballonnen gevonden: drie met bussen vol brandbare vloeistof, en vermoedelijk nog een of twee die zijn verbrand of in het water gezonken voordat ze konden worden opgespoord.
Het patroon is duidelijk. Maar niemand begrijpt het. Ook na de oorlog niet direct.
Een idee geboren uit een storm
De verklaring begint niet in Nederland, maar in Engeland en eigenlijk nog eerder: in een herfststorm in september 1940.
In de nacht van 17 op 18 september waait er een zware storm over de Britse eilanden. Een aantal barrage-ballonnen, de grote luchtbollen die boven steden werden gehangen om laagvliegende vijandige vliegtuigen te hinderen, breekt los van zijn meertrossen en drijft over de Noordzee. In Zweden en Denemarken richten ze schade aan. Ze treffen per ongeluk hoogspanningsleidingen, verstoren spoorwegen en slaan de antenne van een radiostation neer.
Als het bericht over deze onbedoelde chaos het Britse Oorlogskabinet bereikt, ziet Winston Churchill kansen. Hij geeft opdracht te onderzoeken of vrij vliegende ballonnen als wapen kunnen worden ingezet. De Royal Navy pakt het idee met enthousiasme op. Kapitein Gerald Banister, directeur van de Boom Defence, dringt aan op actie. Meteorologische berekeningen wijzen uit dat winden boven 5.000 meter vrijwel altijd van west naar oost waaien en dus ideaal zijn om ballonnen naar Duitsland te sturen. Het mooiste: nagenoeg onmogelijk voor de Duitsers om hetzelfde in omgekeerde richting te doen.
Na een lange bureaucratische strijd tussen de Royal Navy en de Air Ministry geeft de Britse stafchef in september 1941 groen licht. De operatie krijgt de codenaam Operation Outward.
Simpel, goedkoop en verrassend effectief
De ballonnen die worden gebruikt zijn overschot weersballonnen. De marine had er 100.000 op voorraad, zorgvuldig bewaard in Frans talk. Gevuld met waterstof hebben ze een doorsnede van ongeveer 2,5 meter. Ze kosten 35 shilling per stuk, omgerekend naar nu circa 120 euro. Maar de schade die ze aanrichten, is van een heel andere orde.
De ballonnen dragen een van twee soorten lading:
Staaldraden. Ongeveer de helft van alle Outward-ballonnen sleept een combinatie van een hennepkoord van ruim 200 meter en een staaldraaad van 90 meter mee over de grond. Zodra die draad in contact komt met hoogspanningsleidingen, ontstaat er een vlamboog van soms wel 4,5 meter lang. Die boog houdt aan totdat de stroomonderbreker reageert. Soms smelt hij gewoon door de kabel heen.
Brandbommen. De andere helft draagt brandbommen in de vorm van codenamen: Beer (een bus met zeven tot acht fosforflesjes), Jelly (een blik vol brandbaar gel) of Socks (met paraffine gedrenkte katoenen zakken, ontworpen om vast te haken in de kroon van een boom). Bij ontsteking brandt een sokkenset een kwartier door aan beide uiteinden.
De lanceerbasis wordt gevestigd bij HMS Beehive, een marinebasis nabij Felixstowe in Suffolk. De eerste ballonnen worden op 20 maart 1942 opgelaten. Dagen later ontvangt de Britse inlichtingendienst al berichten over bosbranden bij Berlijn en Tilsit in Oost-Pruisen.
Op het hoogtepunt van de operatie in augustus 1942 worden er per dag tot 1.800 ballonnen gelanceerd, allemaal binnen een tijdsbestek van drie tot vier uur.
Drie keer Zeist
Dat jaar belanden er minstens drie keer ballonnen in of direct rondom Zeist. De rapporten van de Luchtbeschermingsdienst zijn bewaard gebleven.
8 juni 1942 — Woudenbergseweg
Achter de tuin van Woudenbergseweg 31 komt een ballon neer in de bosrand. Eronder hangt een bus met een lichtje, vermoedelijk een fosforbus van het type dat de Britten Beer noemen. De LBD legt het vast. Niemand weet wat het is.
12 augustus 1942 — Ouden Postweg, Austerlitz
In het bos achter het voetbalveld aan de Oude Postweg in Austerlitz worden een ballon en twee bussen gevonden. Eén bus bevat flesjes met vermoedelijk een fosforoplossing. Dit type lading, flesjes fosfor in een cilindrische bus, past precies bij de Beer-lading van Operation Outward. Die dag worden er in Rotterdam ook vreemde objecten gemeld. Opvallend: Het bekende boek Bomber Command war diaries vermeldt voor die datum een drop van het type thee boven Rotterdam, wat zou kunnen duiden op eenzelfde type lading. Of echte thee. Wie het weet mag het zeggen.
12 oktober 1942 — Kroostweg
Op bouwland achter Kroostweg 36 daalt een ballon neer. Omwonenden verwijderen twee jutezakken die eraan hangen. Zodra de zakken weg zijn, stijgt de ballon weer op en verdwijnt. De jutezakken zijn vrijwel zeker Socks; de met paraffine doordrenkte brandzakken van Operation Outward.
Drie incidenten. Drie verschillende ladingen. Allemaal keurig geregistreerd. Allemaal onbegrepen. Op dat moment in ieder geval en voor velen nog heel lang na de oorlog.
Wat wisten de Duitsers?
De Duitsers wisten al snel dat er iets aan de hand was. Luftwaffe-onderscheppingen toonden aan dat er jagers werden gestuurd om de ballonnen neer te schieten wat de Britten op hun beurt stimuleerde door te berekenen dat het de Duitsers meer kostte om een ballon te vernietigen dan het de Britten had gekost om hem te maken. Op zijn minst hield het de vijand op de grond en in de lucht goed bezig. Tijd die ze niet konden besteden aan andere zaken.
De bezettingsautoriteiten in Nederland probeerden gevonden ballonnen zo snel mogelijk op te halen en te onderzoeken. Zo werd de ballon bij Den Haag al dezelfde avond door een Duitse militair meegenomen. Ook de rapporten van de Nederlandse Luchtbeschermingsdiensten werden vermoedelijk doorgegeven aan de bezetter. Maar het systeem achter de ballonnen en de schaal, de organisatie en de operationele logica bleef voor hen grotendeels onduidelijk.
Pas na de oorlog, toen de Duitsers hun eigen archieven openden, werd duidelijk hoe groot de schade werkelijk was geweest. Een rapport uit 1946 schatte de totale materiële schade op 1,5 miljoen pond. Dit is omgerekend naar nu ongeveer 69 miljoen euro. En dat was nog een onderschatting: de gegevens uit de Russische bezettingszone ontbraken volledig, en de registratie was na 1943 zo gefragmenteerd dat veel schade nooit werd bijgehouden.
De grootste klap viel op 12 juli 1942 exact een maand na de eerste Zeister vondst. Een ballon raakt een hoogspanningslijn bij Leipzig. Door een defect in de stroomonderbreker van het transformatorstation in Böhlen breekt er brand uit. Het station brandt volledig af. Het is het grootste succesmoment van Operation Outward.
Het einde van de operatie
Naarmate geallieerde vliegtuigen vaker boven Europa opereerden, werd het risico op ongelukken met de eigen staaldraden te groot. Vanaf mei 1944 worden de massale dagelijkse lanceringen vervangen door een stelselmatig ‘druppelsysteem’: kleinere aantallen ballonnen, gelanceerd met tussenpozen van tien minuten gedurende de dagelijkse uren, vanuit drie verschillende locaties.
Op 4 september 1944 worden de laatste ballonnen opgelaten. In totaal zijn er 99.142 Outward-ballonnen gelanceerd waarvan iets meer dan de helft met staaldraden, de rest met brandbommen.
Het verhaal wordt na de oorlog grotendeels geclassificeerd en vergeten. De mensen die de rapporten schreven voor de Luchtbeschermingsdienst in Zeist zijn er niet meer. De bussen, de zakken, de staaldraden zijn opgeruimd of vernietigd.
Alleen de archieven blijven. En lang na de oorlog beginnen de stukjes op hun plaats te vallen.
Wat viel er precies neer in Zeist?
Op basis van de Zeister LBD-rapporten en de bekende Outward-lading-types is het volgende beeld te reconstrueren:
De ballon van 8 juni 1942 aan de noordkant van Woudenbergseweg 31 droeg een bus met brandende vloeistof, zeer waarschijnlijk het type Beer, gevuld met fosforflesjes die bij breuk spontaan ontbranden. Dat de bus “een lichtje” leek te hebben, past bij de chemische reactie van wit fosfor bij contact met lucht.
De ballon van 12 augustus 1942 bij de Ouden Postweg 4 in Austerlitz droeg eveneens bussen met fosforoplossing, wederom zeer waarschijnlijk Beer. Dit type werd tijdens de zomer van 1942 het meest gebruikt; het paste bij de seizoensdroogte die bosbranden moest aanwakkeren.
De ballon van 12 oktober 1942 aan de Kroostweg 36 is interessanter: de jutezakken die omwonenden verwijderden op het bouwland achter het huis zijn bijna zeker Socks, die brandbare katoenen zakken van zo’n 27 bij 10 centimeter, gevuld met houtwol en gedrenkt in paraffine. Dat de ballon na het verwijderen van de zakken direct weer omhoogging, bevestigt dit: zonder de ballast van de lading was de ballon licht genoeg om opnieuw te stijgen.
Alle drie de incidenten vallen binnen de ‘gewone’ operatieperiode van Outward (20 maart 1942 tot 7 februari 1944), toen dagelijks honderden ballonnen werden gelanceerd en de winden regelmatig vanuit het zuidwesten over Nederland naar Duitsland waaide.
Kleine kanttekening: ik heb ze uiteraard niet in handen gehad, noch foto’s gezien. Het zouden nog Duitse proefen of weerballonnen kunnen zijn maar de timing en de beschrijving matcht zo ontzettend goed dat ik de call wel durf te maken dat dit het is.
Een geheime operatie, toevallig gedocumenteerd
Wat het verhaal van de Zeister ballonnen bijzonder maakt, is niet alleen de historische link met Operation Outward, maar ook het feit dat gewone mensen en lokale ambtenaren, zonder te weten wat ze documenteerden, een stukje van een geheime oorlogsoperatie hebben vastgelegd.
De veldwachter in Loosduinen die een natte waterstofballon beschrijft. De Zeister LBD-medewerker die noteert dat een bus ‘een lichtje leek te hebben’. De omwonenden aan de Kroostweg die nieuwsgierig de zakken losmaken en zien hoe de ballon daarna gewoon weer opstijgt.
Ze hadden geen idee. Maar dankzij hen weten wij het nu.
Bronnen
- Gemeentearchief Zeist, inventarisnummer 1784 (Luchtbeschermingsdienst);
- Wikipedia – Operation Outward (met verwijzingen naar National Archives ADM 199/848, AIR 20/2449, AIR 20/2450)
- Vliegveld-ockenburg.net (incident Loosduinen 8 juni 1942)
- Luchtbeschermingsdienst Lopik, beheersnummer L048-745.
- Video over WWII British Operation Outward
- Interessant artikel over diverse ballon-operaties
- Artikel in The Guardian uit 2016
- Diverse ballonoperaties bekeken.
- Video over British Bizarre Balloon war
