Market Garden en Zeist: van luchtlanding tot evacuatie

Market Garden en Zeist: van luchtlanding tot evacuatie

Leestijd: 14 minuten

Zeist lag niet op het slagveld van Market Garden. Toch liet de grootste luchtlandingsoperatie van de oorlog er duidelijke sporen na, in de lucht, op straat en in de archieven. En waar het over luchtoorlog en Zeist gaat zoek ik natuurlijk graag de linkjes.

In de periode van 17 tot 25 september 1944 voerden de geallieerden operatie Market Garden uit, bekend onder andere door het boek en de film “A Bridge To Far” van Cornelius Ryan. De operatie is ook bekend als de Slag om Arnhem. Zeist ligt relatief dicht bij het betrokken gebied rond Wolfheze, Renkum, Huissen, Oosterbeek en Arnhem zelf en ondervond tijdens en na de slag de gevolgen daarvan. Luchtoorlog Zeist zocht de raakvlakken op, en hieronder volgt, zeker niet volledig, een bloemlezing langs een aantal van die onderwerpen.

Voor wie niet meer zo in de materie zit: Operatie Market Garden was de grootste luchtlandingsoperatie uit de Tweede Wereldoorlog. Op zondag 17 september 1944 lieten de geallieerden in één dag tienduizenden para’s en luchtlandingstroepen neerkomen bij Eindhoven, Nijmegen en Arnhem, met als doel via een snelle opmars over de grote rivieren Duitsland binnen te trekken en de oorlog voor kerst te beëindigen. “Market” stond voor het luchtlandingsdeel, “Garden” voor de grondtroepen die er via een smalle corridor achteraan moesten. Bij Arnhem mislukte het plan. De Britse 1e Luchtlandingsdivisie moest na negen dagen zwaar gevecht terugtrekken over de Rijn, en de Slag om Arnhem werd zo een van de bekendste nederlagen van de geallieerden in West-Europa.

De Utrechts Heuvelrug met links Zeist (met rechts iets erboven Amersfoort) en helemaal rechts Arnhem. Links van Arnhem plaatsen als Oosterbeek, Renkum en Wolfheze waar de luchtlandingen waren. De spoorlijn lag er al wel, de A12 lag er al wel van Den Haag naar Oudenrijn bij Utrecht, maar toen de oorlog uitbrak is het deel verder oostelijker in de koelkast gezet.

Zeist lag niet op het slagveld, wel nadrukkelijk op de rand ervan: boven op de Utrechtse Heuvelrug, op hemeslbreed ruim dertig kilometer van de landingsterreinen westelijk van Arnhem. Meerdere bronnen beschrijven hoe de oorlog die week ook in Zeist letterlijk boven de hoofden hing. Het Geheugen van Zeist schrijft over zondag 17 september bijvoorbeeld het volgende citaat:

“Zondag 17 september zijn er de hele dag vliegtuigen in de lucht en er wordt continu geschoten.”

Binnen een paar dagen werd duidelijk dat er bij Arnhem zwaar werd gevochten, en dat de gevolgen daarvan al snel ook Zeist zouden bereiken.

Twee setjes van sleper en gesleept zweefvliegtuig richting Arnhem.

Een hemel vol vliegtuigen en een glider komt neer in Zeist?

De hoofdroutes van de luchtlandingsoperatie, de zuidelijke en de noordelijke aanvliegroute, liepen behoorlijk ver ten zuiden van Zeist en kwamen via Zeeland het land binnen. In dagboeken en andere bronnen uit deze dagen kom je opvallend veel vliegtuigen boven Zeist tegen, wat past bij de vele spontane jachtbommenwerper (Jabo) aanvallen en overige verstoringen die in diverse boeken over deze periode worden beschreven. Ook kwam ik nog een verhaal tegen over een glider (zweefvliegtuig) dat tijdens Market Garden zijn sleepkabel zou hebben verloren voordat het de landingszones bij Arnhem bereikte, en dat vervolgens in of rond Zeist zou zijn neergekomen. Een oproep hierover op Facebook leverde alleen ontkennende reacties op en geen enkel hard bewijs en het incident staat niet in de gangbare verliesregisters zoals het Loss Register van de SGLO. Zeist ligt bovendien veel te noordelijk van de Northern Route die de gliders volgden, laat staan de Southern Route. Wie weet vind ik nog eens bevestiging dat er wel een glider in onze regionen terecht kwam.

Station Driebergen in 1938. Geopend in 1844. Over Luchtoorlog Zeist gesproken: in de oorlog zijn er schoten tussen de Duitsers en geallieerde vliegtuigen uitgewisseld en de kogelgaten in de gietijzeren staanders zijn nog steeds zichtbaar voor wie goed kijkt op het huidige perron. Hint: het is aan de zijde die naar Utrecht gaat.

Bommen bij station Driebergen(-Zeist) op 17 september 1944

Op 17 september zelf was er dus al veel activiteit in de lucht boven de regio, met de nodige Jabo-aanvallen. Mogelijk vielen er die dag ook bommen bij het toenmalige station Driebergen: Zeist had destijds ook nog een station aan het eind van de Slotlaan. Cees Huurman beschrijft in zijn boek “De Nederlandse spoorwegen in oorlogstijd” dat er op 17 september 1944 rond 14.20 uur bommen werden afgeworpen op het seinhuis buiten het perron bij Driebergen, waarbij het spoor bij kilometerpaal 46,3, destijds net voor het latere station Driebergen-Zeist gelegen, werd geraakt, evenals het opgaande spoor. Een tweede bron, “Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940-5 mei 1945” van T. Eversteijn, noemt eveneens een treffer op de spoorlijn bij Driebergen op diezelfde datum, maar de locatievermelding daarin is te vaag om als harde bevestiging van precies dezelfde plek te gelden. Ook hier nog geen bevestiging. Opvallend is wel dat juist op deze dag ook het spoorwegpersoneel het werk neerlegde vanwege de landelijke Spoorwegstaking, wat het spoor die dagen sowieso al onwerkbaar en gevaarlijk maakte.

Ontwikkelingen rond Arnhem in de dagen erna

Terwijl in Zeist de treinen stilstonden en de lucht vol vliegtuigen bleef, sloeg de situatie bij Arnhem zelf al snel om. De Britse para’s die er op 17 september waren geland, kwamen binnen een paar dagen vast te zitten in een steeds kleinere pocket bij Oosterbeek. Op 25 en 26 september trokken de overlevenden zich terug over de Rijn. Ook in Zeist werden de gevolgen van de slag inmiddels voelbaar, in de vorm van gewonden, vluchtelingen en uiteindelijk ook eigen inwoners onder de doden.

Getroffen in Wageningen, overleden in Zeist: Nicolaas de la Rive Box

Een van de eerste zwaargewonden van de slag die in Zeist overleed, was Nicolaas Willem de la Rive Box. Geboren op 11 februari 1892 in Hoorn, werkte hij als elektrotechnisch ingenieur bij de Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij (PGEM) in Wageningen. Op de openingsdag van Market Garden, 17 september 1944 om 11.23 uur, raakte hij zwaargewond bij het bombardement op de Wageningse wijk Hamelakkers, in de volksmond de Sahara genoemd aan de oostkant van Wageningen richting Renkum. Zes toestellen van de 8th Air Force lieten die ochtend 160 fragmentatiebommen vallen die eigenlijk bedoeld waren voor Duitse doelen langs de Veluwezoom, maar burgerhuizen troffen: vijfendertig doden ter plekke, vier zwaargewonden die later alsnog overleden en talrijke gewonden. Er was geen luchtalarm gegeven, want een kwartier eerder was de stroom uitgevallen nadat de elektriciteitscentrale van Nijmegen was gebombardeerd.

De la Rive Box werd gevonden bij het PGEM-transformatorhuisje aan de Diedenweg 4. Tijdens de tweede evacuatie van Wageningen, begin oktober 1944, werd hij samen met andere patiënten overgebracht naar een noodhospitaal in Zeist. Ik vermoed dat het de Oude Noorderkerk aan de Bergweg betreft. Daar overleed hij op 9 november 1944, ruim zeven weken na het bombardement, aan zijn verwondingen. Hij werd eerst in Zeist begraven en in september 1945 herbegraven op de algemene begraafplaats in Wageningen, waar zijn naam ook staat op het monument aan de Costerweg. Opmerkelijk detail: Maarten van Rossem lag als baby in de wieg in de tuin op Javastraat 12 even verderop en overleefde dit bombardement! Zijn verhaal lees je hier.

Een foute Zeistenaar sneuvelt bij Oosterbeek: Jacobus Bezooijen

Een van de eerste Zeister slachtoffers van de luchtslag was een ‘foute’ dorpsbewoner. Jacobus Cornelis Bezooijen, geboren op 7 januari 1924 in Utrecht, vestigde zich op 1 april 1940 in Zeist en was van beroep timmermansknecht, later loodgieter, wonend aan de PC Hooftlaan 25. Zijn vader was lid van de NSB. Jacobus diende als SS-Unterscharführer bij de Nederlandse Waffen-SS en sneuvelde op 25 september 1944 bij de gevechten rond Oosterbeek. Volgens diverse bronnen werd hij daadwerkelijk gedood tijdens de strijd aldaar, ondanks dat hij op één lijst nog als vermist staat vermeld. Hij droeg onder meer het IJzeren Kruis 1e en 2e klasse en werd herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn in Limburg. Best een bizarre gedachte dat de geallieerde troepen vochten om ons Nederlanders te bevrijden en dan tegenover Nederlanders in Duitse dienst terecht kwamen. Laat staan uit ons dorpje Zeist. (Iets) meer over J.C. Bezooijen lees je hier.

Per circuswagen naar veiligheid: Circus Boltini uit Zeist

Het Circus-Variété Boltini van Toni Boltini, eigenlijk Wilhelm Marinus Antonius Akkerman, was op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, in Zeist gestrand. Het circus kwam daar vervolgens onverwacht goed van pas. Toen begin oktober 1944 het bevel kwam dat Wageningen volledig moest worden ontruimd, zetten Toni, zijn broer Johnny en het circuspersoneel hun witgeschilderde, met het Rode Kruis-teken beschilderde circuswagens in om evacués op te halen uit onder meer Wageningen en Otterlo. De wagens werden voortgetrokken door een tractor, want er reden geen treinen vanwege de Spoorwegstaking en andere vervoermiddelen waren nauwelijks voorhanden.

AI illustratie van Circus Boltini die evacuees verscheept. Nog niet eens in de buurt van de werkelijkheid waarschijnlijk, maar te grappig om niet te gebruiken in dit artikel. Bron: Google Gemini AI.

Het is bijna een surrealistisch beeld: circuswagens die normaal voor een voorstelling vol publiek zouden zitten, rijden nu richting een oorlogsgebied om vluchtelingen op te halen. Honderden evacués uit Wageningen en Arnhem kwamen zo in Zeist terecht. Ook patiënten van het Wageningse ziekenhuis Ziekenzorg werden met wagens van Circus Boltini naar ziekenhuizen in Zeist, Utrecht en Veenendaal gebracht. Zeer waarschijnlijk hoorde ook Nicolaas Willem de la Rive Box daarbij. Eind september riep het Rode Kruis in Zeist naar verluidt al op zich klaar te maken voor de komst van duizenden vluchtelingen, iets dat aansluit bij een Duitse proclamatie voor het gebied rond diezelfde datum. Saillant detail: Boltini zat tot 1942 bij de SS en ook zijn vader was fanatiek aanhanger van de Nazi’s! Hij is echter in 1942 helemaal omgeslagen en heeft vele mensen gerend waaronder sinti’s.

Duizenden vluchtelingen, honderden nieuwe Zeistenaren

Het Zusterplein, kerken en scholen in Zeist werden ingericht om onderdak te bieden. Uiteindelijk zouden er zo’n 8500 evacués in Zeist verblijven, sommigen tot ver na de bevrijding, omdat hun eigen huis intussen was verwoest. In 2021 werd bij de kerk aan het Zusterplein gedenksteentjes onthuld dat aan deze opvang herinnert. Niet alle evacués overleefden overigens hun verblijf in Zeist. Op de Oude R.K. Begraafplaats aan de Utrechtseweg vonden 25 naar Zeist geëvacueerde mensen aan het einde van de oorlog een voorlopige rustplaats, onder andere afkomstig uit Doornenburg, Groesbeek, Huissen, Mook en Middelaar, Oosterbeek, Ottersum, Renkum en Wageningen.

Het gaat vermoedelijk alleen om het rooms-katholieke deel van de overledenen, dat in gewijde grond wilde liggen, dus mogelijk waren er méér, eerder of later overleden evacués elders in Zeist begraven. De volledige lijst met namen staat als bijlage achter in dit artikel. Onder hen bevond zich ook een levenloos geboren kindje, achternaam Leutjes, van ouders uit Renkum, geboren en overleden op 29 oktober 1944 en na twee dagen begraven. Het jongste kind in de lijst, Gerhardus Wikkers, werd geboren op 4 juni 1943 en overleed op 4 januari 1945, nog geen twee jaar oud. Het oudste slachtoffer, Hendricus Nijhof, was 92 toen hij op 24 februari 1945 overleed.

Pilotenlijnen: hulp aan ontsnapte geallieerden via o.a. Cornelis Bauer

Naast slachtoffers en vluchtelingen had Market Garden in Zeist ook zijn helpers, en dat verdient expliciet de link met pilotenlijnen. Al eerder in de oorlog hielpen Zeistenaren ontsnapte geallieerde vliegers verder op weg met als boegbeeld de bekende verzetsvrouw Joke Folmer. Een van de geholpen vliegers heb ik al eerder genoemd: de Canadees Bob Porter, die na de crash van Lancaster KB734 wist te ontkomen.

Met Market Garden kwamen er voor het eerst ook grondtroepen bij: honderden Britse militairen die na de Slag om Arnhem niet over de Rijn hadden kunnen terugtrekken, trokken te voet en ondergedoken door het gebied ten noorden van de rivier, geholpen door lokaal verzet. Zeist lag met zijn ligging tussen Driebergen, Doorn en Maarn midden in dit netwerk van onderduikadressen en doorgangsroutes. Een van de meest bijzondere dossiers is dat van Cornelis “Kees” Bauer, geboren op 1 juni 1924 in Zeist en wonend aan de Krugerlaan 44. Kees (schuilnaam) zat bij de Landelijke Knokploegen (LKP) en werkte soms samen met de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Volgens het naoorlogse aanbevelingsrapport van onder meer mede-Zeistenaar Luitenant Van Loenen hield hij zich bezig met “guiding, transport, food for approx. 10 evaders” en raakte hij zelfs een fiets kwijt door het vervoeren van geallieerd militair personeel (en had daar dus recht op na de oorlog):

Cornelis dook tijdelijk onder bij de familie Idenburg in Maarn (codenaam: Huize Guido) en hielp van daaruit ontsnapte militairen verder op weg. In het dossier staat het nogal zakelijk genoteerd:

“The military personnel was brought to Huis te Maarn by K.P. and B.S. in order to wait for further transport. Bauer was in hiding in Huis te Maarn. Bauer transported in Maarn-area (short distances).

Hij wordt dus genoemd als iemand die in de omgeving van Maarn korte transporten uitvoerde. Het klinkt wat zuinigjes, maar dat is het niet. Voor de mensen die hij vervoerde waren dat niet ‘slechts’ korte transporten: een verkeerde controlepost kon het einde betekenen voor hen en voor Bauer zelf. Onze mede-Zeistenaar had de connecties en kende de routes.

In september 1944, als rechtstreeks gevolg van Market Garden, hielp Bauer onder anderen majoor Lipmann Kessel, brigadegeneraal John ‘Shan’ Hackett die levensgevaarlijk gewond was geraakt en nota bene door Lipmann Kessel met succes geoperaard was, kapitein Theodore Francis Redman (lees zijn bizarre verhaal hier) en luitenant Derek Ridler, allen van de Royal Army Medical Corps (RAMC) en verbonden aan de 2nd Airlanding Division bij Arnhem, plus een naamloos gebleven kolonel die uit de Willem III-kazerne in Apeldoorn was ontsnapt. Lipmann Kessel is in de Airborne-geschiedschrijving een bekende naam: de Zuid-Afrikaanse chirurg bleef na de slag in het divisiehospitaal in Apeldoorn achter om gewonden te opereren, ontsnapte later en werd via het verzet en Huis te Maarn bij Doorn bij die familie Idenburg , waaronder dus Bauers netwerk, tijdens Operatie Pegasus over de Rijn gesmokkeld.

Voor deze inspanningen werd Bauer aanvankelijk voorgedragen voor een Eisenhouwer Cerificate , waarderingsgraad 5, maar uiteindelijk op graad 6 beoordeeld. Bij deze naoorlogse Britse Eisenhower-onderscheidingen gold: hoe lager het cijfer, hoe hoger de waardering, met graad 1 als hoogste. Bauer kreeg dus geen topwaardering, maar wel erkenning voor zijn rol, in een systeem waarin sowieso maar weinig mensen de allerhoogste graad kregen. In heel Nederlands slechts 7 waaronder ‘onze’ Joke Folmer uit Zeist. Naast Kees Bauer bestond in Zeist een heel netwerk van kleinere en grotere helpers, ieder met een eigen waarderingsgraad in de naoorlogse dossiers, onder wie Cornelis Beekhof (Ernst Casimirlaan 47), Piet Coumou (Lindenlaan 7), de familie Folmer (Homeruslaan 57), Cornelis H. van Fenema (Aristoteleslaan 38), Clasina de Groot (P. Lorentzlaan 78), Hessel F. Kamminga (Slotlaan 76 of 6), Johann Koenders (Schaapmanlaan 57) en J.F. Mojet (Slotlaan 148).

Wie zelf eens wil grasduinen in een rapport over Zeister helden, hier Cornelis zijn dossier. Erg interessante materie. Als je van alle betrokkenen een netwerk in kaart brengt ontstaan er vanzelf lijnen.

Jacob Zieverink, een van de laatste Zeister oorlogsslachtoffers

Ook ver na de eigenlijke Slag om Arnhem bleef Market Garden in Zeist slachtoffers eisen. Jacob Zieverink, geboren op 18 oktober 1916 in Hoorn, was als evacué vanuit Arnhem in Zeist terechtgekomen. Hij was meubelmaker van beroep en werkte later als magazijnmeester. Zijn levensloop was al voor zijn dood getekend door oorlog en ontwrichting. Als kind werd hij, nadat zijn ouders in 1918 uit de ouderlijke macht waren ontzet, samen met zijn broers en zussen over verschillende pleeggezinnen verspreid. Tijdens de oorlog werd hij naar Duitsland tewerkgesteld, onder meer bij de WASAG-fabriek in Coswig nabij Dresden, een fabriek voor kruit en munitie.

Na zijn terugkeer uit Duitsland belandde Jacob in november 1944 in Kamp Amersfoort, waar hij als gevangene werd geregistreerd onder nummer 9026. Waarom hij werd opgepakt, is vooralsnog niet duidelijk. Ook zijn registratie roept vragen op: op zijn kampkaart staat als woonplaats Overhagenscheweg 10 in Rheden. En dat ligt net iets ten oosten van Arnhem. Mogelijk verbleef hij na zijn terugkeer uit Duitsland bij familie in de omgeving van Velp/Rheden? Hij staat te boek als evacue uit Arnhem. De exacte link is nog niet boven water.

Op 7 mei 1945, twee dagen na de officiële Nederlandse bevrijding, liep het in Zeist alsnog dramatisch af. Omstreeks 7.45 uur werd Jacob op het trottoir van de 2e Dorpsstraat aangereden door een zeer snel rijdende Duitse Rode Kruisauto. Achter het stuur zat volgens de overlevering een SS’er, die op de vlucht was voor de geallieerden die Zeist naderden. Jacob raakte zwaargewond en werd naar een ziekenhuis in Utrecht gebracht, waar hij enkele dagen later aan zijn verwondingen overleed. Waarschijnlijk 9 mei.

Het wrange toeval is groot. Juist op diezelfde ochtend, omstreeks 9.30 uur, trokken de Polar Bears Zeist binnen en werd het dorp daadwerkelijk bevrijd. De geallieerde voertuigen kwamen daarbij nota bene via diezelfde 2e Dorpsstraat Zeist binnen. Terwijl de bevrijders arriveerden, lag Jacob gewond als gevolg van een aanrijding met die vluchtende Duitse SS-er.

Er zit bovendien nog een opmerkelijke Zeister familielijn in dit verhaal. Gerrit Zieverink, een neef van Jacobs vader, was in Zeist een bekende socialistische bestuurder. Hij was actief binnen de SDAP en later de PvdA, en was daarnaast betrokken bij de vakbeweging. Gerrit werd in Zeist een vooraanstaande figuur; bij zijn begrafenis in 1953 was onder anderen burgemeester Korthals Altes aanwezig en was er grote belangstelling. Of Jacob, die als evacué in Zeist verbleef en hier zijn laatste dagen doorbracht, wist dat een familielid juist in deze plaats politiek en maatschappelijk zo’n prominente rol had gespeeld, weten we niet.

Jacob was niet de laatste Zeistenaar die als gevolg van de luchtoorlog om het leven kwam. Later zouden onder anderen Zeistenaar Theodoor van Dijk, omgekomen bij de crash van een Auster eind mei 1945, en andere evacués aan verwondingen, ziekte of verzwakking overlijden

Bijlage: (deel) evacués overleden in Zeist

Een deel van de evacuees heeft hier maanden of langer verbleven. Door oorlogshandelingen konden zij niet terug of hun woning was vernield. Door diverse redenen overleden er ook evacuees hier. In mijn onderzoek naar de Oude R.K. Begraafplaats aan de Utrechtseweg in Zeist kwam ik een interessante lijst tegen. Het betreft vermoedelijk alleen het rooms-katholieke deel van de in Zeist overleden evacués en is dus niet uitputtend. Ze zijn na de oorlog zover ik weet allemaal herbegraven elders.

NaamGeborenOverledenLeeftijd
P. Straatman1872, Arnhem3/7 okt. 194472
M. Kieselbach-Hasberg8 feb. 18718 okt. 194473
S. Kuiper29 okt. 186615 okt. 194477
T.M. van Derksen-Albers13 sept. 186117 okt. 194483
H.C. Hoogeveen14 sept. 186018 okt. 194484
Kindje Leutjes29 okt. 194429 okt. 1944levenloos geboren
G. Evers-Jeurissenca. 18605 nov. 194484
W. Schmitz8 dec. 188810 nov. 194455
J. Janssen4 okt. 187315 dec. 194471
H. Verheij7 jan. 193316 dec. 194411
G.L.A. Wikkers4 juni 19434 jan. 19451
J. Knuiman-Steur13 feb. 186416 jan. 194580
H.W. Peters-Willems17 jan. 192217 jan. 194523
J. Wouters-Verheggen20 mrt. 186218 feb. 194582
H.J. Peters20 sept. 187920 feb. 194565
H. Nijhof12 sept. 185224 feb. 194592
T. Brugman-Willemsen3 sept. 18584 mrt. 194586
C.A. van Straalen-Borsten25 okt. 186414 mrt. 194580
W. Hoven24 jan. 18697 apr. 194576
J.W. Ritzen21 apr. 188615 apr. 194558
J.H. Labots3 jan. 187717 apr. 194568
J.E.L. Kloppenburg22 mrt. 1871, Huissen7 mei 194574
W.W. van Maanen6 sept. 18767 mei 194568
J.M. Jacobs-Wennekes22/23 okt. 1868, Renkum27 mei 194576
M.C. van Hoogen13 sept. 188229 juni 194562

Bron: register Oude R.K. Begraafplaats Zeist, via dodenakkers.nl

Bronnen, links en lees verder

Niet uitputtend, want ik spaar al sinds jaar en dag snippets en stukken tekst, maar voor wie verder wil lezen hieronder wat ingangen.

Dit artikel is een eerste, nog groeiende bloemlezing. Aanvullingen, correcties en verwijzingen naar extra bronnen zijn van harte welkom.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *