Juni 1940: twee vechtende vliegtuigen halen elkaar neer boven Zeist. Hoe zit dit? In dit artikel de Duitse kant met een reconstructie van de fatale vlucht van Staffelkapitän Georg Schneider.
Het was donderdag 27 juni 1940, rond 16:15 uur. Terwijl bosarbeiders nabij de Krakeling in Zeist aan het werk waren, speelde zich hoog boven hun hoofden een drama af dat het leven zou kosten aan drie jonge mannen: twee Britten en één Duitser.

Deze pagina vertelt het verhaal van Oberleutnant Georg Schneider, de 26-jarige commandant van de 3. Staffel/Jagdgeschwader 21 van de Luftwaffe, die op die warme junidag zijn laatste missie zou vliegen vanaf Fliegerhorst Soesterberg. Wil je liever lezen over de geallieerde Blenheim waar hij mee vocht kan je ook direct hier klikken. Let wel: het is een neutraal artikel over Schneider, geenszins een verheerlijking van de persoon en zijn daden! Het artikel leunt qua informatie en foto’s sterk op andere artikelen van onder andere Erik Fechner, het kleinkind van zijn broer of zus (zie onderaan), maar de focus is nu vanuit Zeist gezien deze website.
Voor wie wat meer door de pagina wil zappen, want het zijn wel erg veel details, hier de grove inhoudsopgave:
Georg Schneider: van Marne tot Zeist
Geboortegegevens en achtergrond
Georg Schneider werd geboren op 5 juli 1913 in Marne (🇩🇪), een kleine stad in Schleswig-Holstein in het noorden van Duitsland waar de Elbe de Waddenzee in stroomt. Hij was op een week na 27 jaar toen hij op 27 juni 1940 om ongeveer 17:00 uur neerstortte in een bos nabij Zeist (bij Austerlitz).

Militaire carrière en rang
Op het moment van zijn overlijden droeg Schneider de rang van Oberleutnant (eerste luitenant) van de Luftwaffe en vervulde hij de functie van Staffelkapitän (eskadronscommandant) van de 3. Staffel van de I. Gruppe van Jagdgeschwader 21 (3./I./JG 21), later onderdeel van JG 54 “Grünherz“ (groen hart). Hij had deze commandofunctie sinds 13 juli 1939 gekregen, een klein jaar voor zijn dood. Zijn militaire registratienummer was L51578/1.
Eenheid en standplaats
Schneiders eenheid, de 3./JG 21, maakte deel uit van het VIII. Fliegerkorps en was sinds 23 juni 1940, slechts vier dagen voor het fatale gevecht, gestationeerd op Fliegerhorst Soesterberg in Nederland. De JG 21 zou kort na Schneiders dood worden omgevormd tot het III./JG 54.
Het begon aan het Oostfront
Vroege standplaatsen van Schneider (juli-augustus 1939)
De militaire carrière van Georg Schneider als Staffelkapitän begon in Oost-Pruisen. De I./JG 21 was aanvankelijk gelegerd in Fliegerhorst Jesau (provincie Königsberg, tegenwoordig de Russische stad Juschny nabij Kaliningrad). Op 24 juli 1939 verhuisde de eenheid naar Fliegerhorst Gutenfeld (Kreis Königsberg/Samland, nu de Russische stad Lugowoje nabij Kaliningrad), dichter bij de Poolse grens. Eind juli 1939 ontving het geschwader op de basis het bevel zich voor te bereiden op gevechtshandelingen.



De eenheden die in Jesau waren gevormd, waaronder de I./JG 21, droegen het karakteristieke “Jesau Kreuz” (Jesau Kruis) als embleem. De 3. Staffel onder Schneiders commando voerde daarnaast een “duikende valk” op een wolkenachtergrond als staffelinsigne. Ook had hij zijn eigen wimpel aan de antennemast.

Poolse campagne: Schneiders eerste gevechten (september 1939)
Op 23 augustus 1939 werd de wereld verrast met het Molotov-Ribbentrop niet-aanvalsverdrag tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Dit betekende dat Polen, ingeklemd tussen deze twee grootmachten niet lekker zat. Hoewel de invasie oorspronkelijk gepland stond voor 26 augustus 1939, stelde Hitler deze uit na de Brits-Poolse assistentieverdrag van 25 augustus. Op 31 augustus 1939 gaf Hitler echter definitief het bevel (“Weisung Nr. 1 für die Kriegsführung“) om Polen aan te vallen in de vroege ochtend van 1 september 1939.
Operationele details – 1 September 1939
Voor de Poolse campagne werden twee Luftflotten ingezet waaronder de nodige jagers. In totaal zette de Luftwaffe 342 Messerschmitt Bf 109 jagers in (waarvan 320 in vliegbare staat).
- Luftflotte 1 Ost in het noorden onder generaal Albert Kesselring, en
- Luftflotte 4 Südost in het zuiden onder generaal Alexander Löhr.
De I./JG 21, commandant Hauptmann Martin Mettig, behoorde tot het Luftgaukommando I Ostpreußen en was een van slechts twee eenheden uitgerust met de Messerschmitt Bf 109 D “Dora” (De 4e versie van de Bf109 na de A, B en C). Eind 26 augustus 1939 beschikte het eskader over 39 Messerschmitt Bf 109 D-1 toestellen verdeeld over drie Staffeln (eskaders/squadrons):
- 1. Staffel onder Oberleutnant Günther Scholz, een ervaren rot uit de Spaanse burgeroorlog
- 2. Staffel onder Oberleutnant Leo Eggers
- 3. Staffel onder Oberleutnant Georg Schneider, onderwerp van deze pagina

Verplaatsing naar Feldflugplatz Arys-Rostken (Rostki)
Op 31 augustus 1939 rond 18:00 uur ontvingen de piloten in Gutenfeld hun operationele orders voor Operatie “Wasserkante“: vertrek op 1 september 04:30 uur voor een bommenwerperescorte richting Warschau. Dichte mist annuleerde deze missie echter. Pas om 08:02 uur konden toestellen van de 1. Staffel opstijgen voor een verkenning boven Insterburg (nu Tsjerniachovsk in Rusland).
Na de lunch die 1e september ontving de I./JG 21 orders om te verplaatsen naar een velddvliegveld (“Feldflugplatz”) vlakbij de grens: Arys-Rostken, ongeveer 130 kilometer zuidelijker. Om 14:20 uur stegen de Bf 109 D’s op uit Gutenfeld en landden een half uur later op hun nieuwe basis op 175km noord-noordoostelijk van Warschau, gevolgd door een Ju-52/3m transporttoestel met monteurs en wapenmeesters.
Het gevecht boven Warschau in de middag van 1 september 1939
Na herbevoorrading stegen om 16:16 uur dertig Bf 109 D’s op om een formatie He 111 bommenwerpers (KG 27 en LG 1) en Ju 87 duikbommenwerpers (I./St.G 1) te escorteren naar militaire installaties in en rond Warschau. Dit was een uiterst moeilijke opdracht daar de Poolse hoofdstad aan de uiterste actieradius van de jagers lag.
Luitenant Hans-Ekkehard Bob, piloot in Schneiders 3. Staffel, herinnerde zich in 2007 deze eerste missie:
“In de vroege namiddag stegen de drie Staffeln van onze Gruppe op vanaf Arys-Rostken richting Warschau. Onze taak was dekking te bieden aan de Heinkel He 111’s van KG 27. Toen we het rendez-vous punt bereikten, openden hun boordschutters een chaotisch hevig vuur op ons. Onze kameraden hielden ons voor Polen! Blijkbaar wisten ze niet dat onze vijand geen moderne eendekker laagdekkers met intrekbaar landingsgestel had. Omdat we geen radiocontact hadden met de bommenwerpers, besloot onze commandant, Hauptmann Martin Mettig, een vooraf afgesproken identificatiesignaal af te schieten: een witte lichtkogel die drie extra rode sterren zou vrijgeven. Het pistool voor deze lichtkogel zat aan de stuurboordzijde van de cockpitwand, net onder de kap. De kogel moest door een opening in de wand naar buiten komen, maar deze moet verstopt zijn geweest, want zoals onze commandant ons later vertelde toen hij de trekker overhaalde, explodeerde de lichtkogel in de loop en kwam terug de cockpit in! De commandant liep ernstige brandwonden aan zijn rechterhand op. De lichtkogel zoemde woest rond in de cockpit, stuiterend tegen de zijwanden en de kap… Na enige tijd leek hij uitgebrand, maar toen ontstak hij opnieuw en losten de drie rode vuren af! De commandant, gestikt door de rook, wierp de kap af om de rode vuren naar buiten te laten ontsnappen. Ernstig verbrand keerde hij terug naar de basis, vergezeld door zijn vleugelman, Oblt. Schelcher, en de andere Rotte van zijn Stabsschwarm.”
Hans-Ekkehard Bob vervolgde:
“De overige toestellen van onze Gruppe vlogen door naar Warschau, op veilige afstand van onze bommenwerpers die ons bleven beschouwen als vijandelijke vliegtuigen en hardnekkig salvo’s in onze richting afvuurden. Bij het naderen van Warschau zagen we enkele Poolse PZL P.24 jagers onze bommenwerperformatie naderen. Een hevig luchtduel volgde, dat snel uiteenviel in een reeks individuele gevechten. Onze formatie was verspreid over de hele lucht. We bonden de strijd aan met de Poolse jagers om onze Heinkels vrij baan te geven naar hun doel. Maar deze luchtduels brachten ons boven Warschau, aan de gevaarlijke limiet van onze actieradius.”



Schneiders eerste overwinningen – 1 September 1939
In het luchtgevecht boven Warschau behaalde Georg Schneider zijn eerste twee bevestigde luchtoverwinningen. Om 17:10 uur schoot hij een PZL P.11 (geen P.24, zoals aanvankelijk door alle Duitse piloten gerapporteerd) neer boven Marki, een industriële voorstad ten noordoosten van Warschau. Modern historisch onderzoek door de Poolse Luftwaffe-historicus Marius Emmerling suggereert dat Schneider waarschijnlijk ook de PZL P.11 van Kapitein Gustaw Sidorowicz van de 9e eskadron van de 113e Poolse jachtvleugel (113 Eskadra Myśliwska) neerschoot, wat zijn tweede overwinning die dag zou betekenen.
De Poolse piloot Sidorowicz beschreef later zijn dramatische neergang:
“Plotseling, vliegend op een hoogte van 2000 meter, zag ik twee Messerschmitts Bf 109’s boven Praga [een historische wijk van Warschau aan de oostoever van de Wisła]. Ik had het hoogtevoordeel en besloot hen aan te vallen. Ik dook uit een stapelwolk en loste op korte afstand een salvo op een van de 109’s. Helaas waren mijn twee wingmen te laat, waardoor de andere Bf 109 naar mij kon draaien en me een goed gerichte salvo kon geven. De jager waarop ik had gevuurd produceerde rook en dook in een steile hoek. Ik kon zijn afdaling niet volgen en op hetzelfde moment begon de munitie onder mijn voeten, geraakt door de andere Duitser, te exploderen. Ik wilde vechten maar mijn mitrailleurs waren onbruikbaar, de patroonbanden gebroken. Ik realiseerde me ook dat mijn toestel in brand stond. Bovendien werd ik opnieuw aangevallen. Gelukkig was er een wolkenbank in de buurt. Ik dook naar rechts en liet me in een dunne wolk vallen… Tegen alle verwachtingen in probeerde ik me van mijn achtervolgers te ontdoen en de vlammen die ergens onder de romp opkwamen te doven door naar de grond te duiken. De vlammen leken te doven, maar toen ik uit de wolken kwam, werd ik onmiddellijk opnieuw aangevallen. Deze keer raakte de 109 mijn rechtervleugel. Ik dook naar de grond op zoek naar de bescherming van onze luchtafweer. Mijn machine stond in brand. Ik was al te laag om met de parachute te springen. Ik passeerde de Wisła richting Gocław. De motor viel uit en ik bereidde me voor op een noodlanding. Eerst raakte ik een ijzeren hek dat mijn vaste landingsgestel afsneed, daarna landde ik op mijn buik. Enkele inwoners renden naar me toe en hielpen me uit de cockpit. Ik was bedekt met wonden en brandwonden. Ik werd geëvacueerd naar het ziekenhuis.”
Zijn acties van o.a. hierboven zijn te zien in dit filmpje. Ook als je geen Pools kan interessant.
Grote Duitse verliezen die 1e september. Schneider landt elders.
De Duitse verliezen waren ook aanzienlijk tijdens deze eerste missie. Het gevecht ver voorbij de actieradius, gecombineerd met de onervarenheid van veel jonge piloten, leidde tot chaos. Luitenant Hans-Ekkehard Bob was de eerste piloot van de 3. Staffel die vóór 18:00 uur terugkeerde op vliegveld Arys-Rostken, “op zijn laatste druppels brandstof“. Staffelkapitän Schneider zelf moest elders landen om bij te tanken en keerde pas in de avond terug.
Van de acht toestellen van de 3. Staffel konden slechts twee direct terugkeren. De zes anderen maakten noodlandingen tijdens de terugvlucht. Twee piloten werden gevangengenomen door de Polen, en Unteroffizier Werner Ahrendt vloog per ongeluk naar Litouwen waar hij werd geïnterneerd tot 6 oktober 1939.
In totaal werden tijdens het gevecht boven Warschau vijf Duitse piloten gedwongen achter de Poolse linies te landen, terwijl de zesde in Litouwen gevangen werd gezet. Sommige schattingen stellen het totale verlies van de I./JG 21 op 11 toestellen die dag. Gefreiter Walter Nuhn van de 2. Staffel landde om 18:00 uur op Arys-Rostken nadat zijn brandstof-reserve lamp al 28 minuten brandde.
Verdere overwinningen in Polen
De 3 eskaders van I./JG 21 claimden in totaal vijf luchtoverwinningen op Poolse PZL jagers op 1 september 1939, waarvan vier werden bevestigd:
- Leutnant Fritz Gutezeit (3./JG 21) om ongeveer 16:55 uur in de regio Warschau
- Leutnant Gustav Rödel (2./JG 21) om 17:08 uur in de regio Warschau
- Oberleutnant Georg Schneider (3./JG 21) om 17:10 uur boven Marki
- Unteroffizier Heinz Dettmer (3./JG 21) om 17:19 uur ten noorden van Warschau
Op 7 september 1939 behaalde Schneider zijn derde overwinning: een PZL P.11 72 kilometer ten noordnoordwesten van Warschau, in de sector van Ciechanów.

Diverse onderscheidingen en op weg naar het Westfront
Op 17 september 1939 ontvingen verschillende piloten van de I./JG 21, waaronder Georg Schneider, het IJzeren Kruis 2e Klasse (Eisernes Kreuz 2. Klasse) tijdens een ceremonie op Arys-Rostken. Op een groepsfoto van die dag zijn elf piloten te zien. Centraal op de foto, herkenbaar aan zijn lichte uniform, staat Oberleutnant Georg Schneider, commandant van de 3. Staffel. Links van hem staan de andere twee Staffelkapitäne: Oberleutnant Leo Eggers (commandant 2. Staffel) en Oberleutnant Günther Scholz (commandant 1. Staffel).
Helemaal links staat Hauptmann Martin Mettig, de commandant van de gehele I./JG 21, die tijdens de eerste missie boven Warschau ernstige brandwonden opliep toen een lichtkogel in zijn cockpit explodeerde. Ook aanwezig is Leutnant Hans-Ekkehard Bob (lid 3. Staffel), die later befaamd zou worden als aas en die in 2007 zijn herinneringen aan die eerste chaotische missie deelde.
Na de Poolse campagne werd de 3. Staffel gerepatrieerd naar Fliegerhorst Mönchengladbach-Holt waar het verder getraind werd en de grens met Nederland bewaakte als er bijvoorbeeld weer eens RAF toestellen foto’s kwamen maken van het Roergebied. De periode september-oktober en ik geloof ook november 1939 was ook de periode waarbij JG 21 als een van de laatsten overstapten van de verouderde Bf109D ‘Dora’ uitvoering op de modernere Bf109E ‘Emil’ versie.
Op naar het Westfront: Mei-juni 1940
Slaags boven België en kennismaking met de RAF

Op 10 mei 1940, de eerste dag van Fall Gelb (de invasie van de Lage Landen (Nederland/Belgie) en Frankrijk), behaalde Georg Schneider zijn vierde bevestigde overwinning: een Belgische Gloster Gladiator dubbeldekker bij Tongeren, ten noordwesten van Luik. In ditzelfde gevecht behaalden twee van zijn wingmen, Hans-Ekkehard Bob en Leykauf, hun eerste overwinningen.
Twee dagen later, op 12 mei 1940 raakte Schneider slaags boven Leuven, Belgie en schoot een Hawker Hurricane (registratie AF-R P2616 met Sergeant K.N.V. Townsend DFM aan de knuppel) van RAF No. 607 Squadron aan bij Geldenaken (Jodoigne), ten zuidoosten van Brussel. Het toestel kwam 20km oostelijker neer bij Lens-Saint-Servais (gemeente Geer, provincie Luik). Dit was Schneiders vijfde overwinning. Sgt. Ken Townsend overleefde het, maar werd helaas gevangen genomen en was tot het einde van de oorlog POW.
Luchtgevechten boven Noord-Frankrijk
Schneiders volgende twee overwinningen vonden plaats in het sector van Cambrai in Noord-Frankrijk. Op 25 mei 1940 schoot hij een Morane-Saulnier MS 406 jachtvliegtuig van Groupe de Chasse III/1 (GC III/1) neer in de vlakte tussen Ayette en Moyenneville nabij Bapaume. De piloot, luitenant Kazimierz Bursztyn, een Poolse vrijwilliger, kwam om het leven. In dit verslag wordt de MS 406 echter aan andere Duitsers toegewezen.
De volgende dag, 26 mei 1940, vond een hevig luchtgevecht plaats boven Ligny-Thillois, ten zuidwesten van Bapaume. Het gevecht betrof 17 Franse jagers (12 Morane-Saulnier MS 406 en 5 Curtiss H75-A) die Potez 63-11 verkenningstoestellen van GR 2/33 escorteerden, tegen 13 Messerschmitt Bf 109 E’s van de 2./JG 21. Zij kregen hulp van het 3e eskader: de piloten van Schneiders 3./JG 21 kwamen ter versterking.
Tijdens dit “dogfight” schoot Schneider ofwel de MS 406 N-672 van Lt. Gerard de Mallmann neer (die per parachute sprong maar op de grond door Duitse troepen werd gevangen genomen), ofwel de MS 406 L-812 van adjudant Roger Saussol (bio), die zonder munitie in een veld landde (gewond aan zijn been werd ook Saussol gevangengenomen). Dit was Schneiders zesde bevestigde overwinning.
Na dit gevecht, zelf bijna zonder brandstof, maakte Schneider een noodlanding zonder schade bij Saint-Pol-sur-Ternoise, toen in Duitse handen. Eind mei 1940 stond Schneider met zes bevestigde overwinningen als beste piloot (“Note 1”) van JG 21 genoteerd.

De fatale dag boven Zeist: 27 Juni 1940
Aankomst op vliegbasis Soesterberg
Op 23 juni 1940, slechts vier dagen voor zijn dood, werd de 3./JG 21 overgeplaatst naar Fliegerhorst Soesterberg in Nederland. Dit vliegveld, strategisch gelegen tussen Utrecht en Amersfoort, was tijdens de Duitse bezetting een belangrijk Luftwaffe-vliegveld geworden en zou later dé uitvalsbasis voor de Battle of Brittain worden. Maar eerst…
De missie van RAF 82 squadron
In de vroege ochtend van donderdag 27 juni 1940 vertrok een formatie Bristol Blenheim Mk.IV bommenwerpers van RAF 82 Squadron vanaf hun basis in Watton, Norfolk, voor een daglichtmissie naar het noordwesten van Duitsland, waarschijnlijk richting het Dortmund-Ems Kanaal in de regio Münster. In die vroege oorlogsfase vlogen de Britten nog overdag voor grotere precisie bij bombardementen, een tactiek die later zou worden opgegeven vanwege de hoge verliezen.

De confrontatie boven Soesterberg
Op hun terugweg, rond 16:15 uur, verschenen drie Blenheims boven Fliegerhorst Soesterberg. Of dit een geplande verkenning was of dat de bommenwerpers waren afgedwaald, is niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk is: de Blenheims begonnen cirkels te maken boven de Duitse basis, een provocatie in de ogen van de Duitsers, die onmiddellijk tot actie leidde.
De Messerschmitt Bf 109 E-1 jagers van de 3./JG 21 werden onmiddellijk gealarmeerd. Staffelkapitän Oberleutnant Georg Schneider, commandant van de eenheid, was een van de eerste die opsteeg. Zijn toestel was de “Gelbe 1” (Geel 1): het herkenningsnummer van een staffelcommandant.
Het luchtgevecht
In het luchtgevecht dat volgde toonde Schneider zijn ervaring. Hij wist een van de drie Blenheims te isoleren en aan te vallen: de Bristol Blenheim Mk.IV met registratie R3731 en rompcode UX-Y. Schneiders aanval was effectief. De Blenheim werd getroffen en begon zijn fatale val. Maar de bemanning gaf zich niet zonder slag of stoot gewonnen.
Het dodelijke tegenvuur (circa 16:20)
Terwijl de Blenheim naar beneden tuimelde, wist boordschutter Sergeant Andrew Clark vanuit zijn geschutskoepel nog steeds terug te vuren. In een laatste wanhopige poging trof hij de Messerschmitt van Schneider. De Duitse jager, geraakt door het Britse vuur, begon te duiken.
Bosarbeiders op de grond nabij de Krakeling in Zeist waren getuige van dit dramatische schouwspel. Ze zagen niet alleen de getroffen Blenheim naar beneden komen, maar ook hoe de Messerschmitt, na geraakt te zijn, in een oncontroleerbare duikvlucht geraakte. Ze zagen tevens hoe één lid van de Blenheim-bemanning, Sergeant Stanley, erin slaagde te springen en dat op slechts enkele honderden meters hoogte, waardoor zijn parachute zich nauwelijks kon ontploowen.

De beider crashes
Om ongeveer 16:20 uur stortte de Bristol Blenheim R3731 neer in een bosgebied aan de Woudenbergseweg nabij Woudschoten (het huidige KNVB-terrein) tussen Zeist en Austerlitz.
Vrijwel gelijktijdig stortte Georg Schneiders Messerschmitt Bf 109 E-1 “Gelbe 1” neer in hetzelfde bos richting de Franse putten. Oberleutnant Georg Schneider, 26 jaar oud, overleefde de crash niet. Het was ongeveer 17:00 uur.
In het boek Vliegvelden in oorlogstijd (P. Grimm, E. van Loo, R. de Winter) op bladzijde 219 lezen we: “Messerschmitt met aan boord de Staffelkapitän van 3./JG 21 boort zich bij Soesterberg loodrecht de grond in“. Een vrij grove plaatsbepaling maar gezien het vertrekpunt van het boek is nabij Soesterberg logische benaming (hemelsbreed klopt het aardig).
En in het boek ‘Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945’ van T. Eversteijn valt te lezen: “Bombardement om 15.00 uur door een Blenheim Mk IV
op Soesterberg. Getroffen werd een terrein achter de Du Moulinkazerne. Verongelukt vliegtuig: Messerschmitt Bf 109 E-3 van het 3./JG 21 bij Soesterberg“.
Schneiders laatste overwinning
De neergeschoten Blenheim R3731 werd Georg Schneiders zevende en laatste bevestigde luchtoverwinning. Mogelijk had hij een achtste overwinning die nooit officieel werd bevestigd (de tweede PZL boven Warschau op 1 september 1939). Maar deze zevende zou hem zijn leven kosten. In één laatste, fatale uitwisseling hadden zowel de jager als zijn prooi elkaar geveld.
Na de crash: begrafenis en herdenking
De militaire begrafenis op 28 Juni 1940
Georg Schneider werd op 28 juni 1940, één dag na zijn dood, met volledige militaire eer begraven. De ceremonie vond plaats op de begraafplaats van Soesterberg, in aanwezigheid van de gehele Jagdgeschwader. Hij was de eerste piloot van JG 21 die sneuvelde in het Nederlandse luchtruim.
De begrafenis weerspiegelde de militaire tradities van die tijd. Schneider, een onderscheiden officier en eenheidscommandant met zeven bevestigde luchtoverwinningen, ontving een begrafenis die paste bij zijn rang en prestaties. Ondanks zijn jeugdige leeftijd had hij zich bewezen als een bekwaam gevechtspiloot en leider.

Herbegrafenis in Ysselsteyn
Later, in mei 1947, werd Georg Schneiders lichaam overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn in de provincie Limburg vlakbij Venray, waar hij nog steeds ligt. Zijn graf bevindt zich in Vak CC, Rij 4, Graf 87. Ysselsteyn is de enige Duitse oorlogsbegraafplaats in Nederland en bevat de graven van meer dan 31.000 Duitse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland of tijdens de terugtocht uit Nederland zijn omgekomen.
Onderscheidingen en nasleep
Voor zijn dood had Georg Schneider de volgende onderscheidingen ontvangen:
- Eisernes Kreuz 2. Klasse (IJzeren Kruis 2e klasse), ontvangen op 17 september 1939
- Eisernes Kreuz 1. Klasse (IJzeren Kruis 1e klasse)
- Frontflugspange für Jäger (Gevechtsvluchtinsigne voor jachtvliegers)
Transformatie van JG 21 naar JG 54
Kort na Schneiders dood werd Jagdgeschwader 21 ontbonden en omgevormd tot het III. Gruppe van Jagdgeschwader 54 “Grünherz” (Groene Hart). JG 54 zou een van de meest succesvolle jachteenheden van de Luftwaffe worden, met name tijdens Operatie Barbarossa (de invasie van de Sovjet-Unie) in 1941.
Persoonlijke context en familie
Georg Schneider was de oud-oom van Erik Fechner, een getalenteerd modelbouwer en oprichter van het modelbouwforum “Fighters“. Fechner heeft uitgebreid onderzoek gedaan en vele foto’s gedeeld in die andere artikelen waar ik dankbaar uit heb kunnen putten.
Stille getuigen van de Bf 109
De exacte locatie is (mij) niet bekend, maar via via kwam ik in het bezit van foto’s van onderdelen van de Messerschmitt Bf 109. Dit zijn met 90% zekerheid onderdelen van Georg Schneiders toestel. Meer informatie heb ik niet en garanties al helemaal niet.


Verder lezen en links
- Crash van de Blenheim in hetzelfde gevecht
- Icaruswings artikel
- Artikel op WW2 Aces Hommes de l’aire site.
- Lang artikel op Feldgrau forum
- Rapport op ASN network.
- Op Find a Grave
- Entry T0735 op Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 Loss Register