In Zeist zijn gedurende de oorlog een flink aantal vliegtuigen neergestort. Van de geallieerde toestellen kwam bijna iedereen om. Een enkeling wist te springen met parachute. Waren zij de enige geallieerde piloten (of bemanningsleden) die in en door Zeist kwamen? Nee! Ook Zeist zat in het netwerk van ‘escape and evader lines’. Een netwerk door Europa om personen uit bezet Europe te krijgen. En aangezien Luchtoorlog Zeist alles meepakt wat relevant is hoort dit er zeker bij! De bekenste dorpsgenoot is ongetwijfeld Joke Folmer (1923-2022) die naast 120 piloten (!) honderden anderen zuidwaarts hielp. Achter de schermen loopt het onderzoek inmiddels. Hieronder al wat tijdelijke content.

Zeister helpers die bekend zijn

Na de oorlog werd in kaart gebracht wie er allemaal een onderscheiding moest krijgen. Elk aangedragen naam werd voorzien van een lijst onderduikers (bemanningen, piloten, Joden, verzetsmensen, etc) met adres van waar ze kwamen en waarheen ze gingen (meer wist je ook niet in die tijd). Deze rapporten zijn openbaar gemaakt en daaruit blijken, minstens, onderstaande namen. Achter de namen tussen haakjes de ‘grade’. In Europa werden de onderscheidingen voor helpers gerankt van 1 tot 5 waarbij 4 & 5 het grootste deel bevatte en in Nederland slechts 7 van de 8000 ranking 1 kregen. Zoals… Joke Folmer! Grade 3 is ook slechts 61 keer toegekend, waaronder 2 in Zeist: Hendrik en Herman van Loenen. En dat in het Duitse bolwerk dat Zeist was (een van de grootste hoeveelheid troepen in Nederland ivm mooie centrale ligging, Soesterberg en meer).

  • Bauer, Cornelis, Krugerlaan 44                               (6)
  • Beekhof, Cornelis, Ernst Casimirlaan 47               (5)
  • Coumou, Piet, Lindenlaan 7                                    (5)
  • de Bruin, no first name                                               (nil)
  • v. Fenema, Cornelis H., Aristotleslaan 38             (5)
  • Folmer, Herman, Homeruslaan 57                        (5)
  • Folmer, Johanna Marie, Homeruslaan 57            (1)
  • Folmer-Vrielink, E.G.J., Homeruslaan 57              (5)
  • De Groot, Clasina, P. Lorentzlaan 78                     (6)
  • Kamminga, Hessel F., Slotlaan 6                             (6)
  • Koenders, Johann, Schaapmanlaan 57                 (5)
  • Kraaij, Henry J., Kerkweg 13                                    (nil)
  • Leistra, Gerrit, Jac. Catsl. 67                                    (nil)
  • v. Loenen, H.L., Steinlaan 2B                                   (5)
  • v. Loenen, Capt. Herman Lucas Alex., Kersbergenlaan 4B (3)
  • v. Loenen, Capt. Hendrik, Kersbergenlaan 4B     (3)
  • Mojet, J.F., Verl. Slotlaan 148                                  (5)
  • Mijnders, Wouter, adres onbekend                    (nil)
  • Oppenoorth, W.F.F., Prof. Lorentzlaan 119         (5)
  • Schmidt, Willem, Boulevard 11                               (4 post.)
  • Smit, Ph., Bothalaan 46                                            (5)
  • Vos, Annie, Kersbergerlaan 4b                               (6)
  • Vos, H.A., v.d. Heydelaan 70                                   (5)

Opmerkingen:
De Bruin is enkel naam en plaats van bekend. Verder uitzoeken!
Cornelis Bauer is mogelijk A.J. Bauer. Of van de BS.
Wouter Mijnders is waarschijnlijk degene van Eikenlaan 11.
Bron: wwii-netherlands-escape-lines.com

Helpers met biografie

Waar ik info vind heb ik hieronder een mini biografie gemaakt. Het zal even duren tot ik alles heb.

Cornelis “Cor” Beekhof & Marie F.H. Harmsen – Ernst Casimirlaan 47

Van zoon van een schoolhoofd tot gerespecteerd Zeister leraar Cornelis (Cor) Beekhof werd op 14 februari 1900 geboren in Laren (Gelderland) als zoon van Jan Willem Beekhof, hoofd eener school en kleinzoon van een bekende veldwachter uit Winterswijk. Na zijn start als onderwijzer in Winterswijk verhuisde hij in de zomer van 1927 met zijn jonge gezin naar Zeist. Het gezin streek in eerste instantie neer aan de Bothalaan 94, woonde begin jaren dertig aan de Bergweg 71, om zich vanaf circa 1934 definitief te vestigen in de destijds gloednieuwe woning aan de Ernst Casimirlaan 47. Beekhof was een intellectueel en ambitieus man; in 1930 slaagde hij in Den Haag voor de loodzware akte Wiskunde M.O. K I. Met deze gerespecteerde kwalificatie op zak maakte hij de overstap naar het middelbaar onderwijs en stond hij in Zeist decennialang bekend als een hoogaangeschreven docent wiskunde, die naast zijn reguliere lessen ook veelvuldig bijles gaf.

Een spil in het Zeister verenigingsleven Naast zijn werk voor de klas was Beekhof een uiterst actieve en geziene figuur in de Zeister samenleving. Zijn maatschappelijke betrokkenheid uitte zich breed: zo was hij jarenlang een drijvende kracht achter de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden in Zeist, waar hij afwisselend de rollen van secretaris en penningmeester vervulde, en sloot hij zich begin jaren dertig aan bij de pacifistische beweging Kerk & Vrede. Ook politiek liet hij van zich horen als bestuursreferent van de Vrijzinnig-Democratische kiesvereniging “Algemeen Belang”. Zijn grootste passie buiten zijn werk lag echter bij de sport. Beekhof was voorzitter van de schoolkorfbalbond, organiseerde grote toernooien en was de stuwende voorzitter van de Zeister korfbalvereniging De Tovers (TOV), waar hij in 1943 vanwege zijn enorme verdiensten zelfs tot erelid werd benoemd.

Gevaarlijk verzetswerk aan de Ernst Casimirlaan Achter de voordeur van de gezinswoning aan de Ernst Casimirlaan 47 ontplooide Beekhof tijdens de bezettingsjaren, samen met zijn vrouw Marie Frederika Hermina Harmsen, gevaarlijk verzetswerk dat hen na de oorlog een geallieerde Grade 5 onderscheiding zou opleveren. Onder de schuilnaam ‘Cor’ sloot de voormalig sergeant zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten in Zeist. Hun huis werd een gastvrij en cruciaal steunpunt (safehouse) voor onderduikers en geallieerd vliegtuigpersoneel (escapees/evaders). Beekhof hield zich daarnaast intensief bezig met het vervalsen van identiteitskaarten voor de informatiedienst. Met gevaar voor eigen leven stal hij officiële documenten en kaarten uit geparkeerde Duitse legerauto’s, die hij doorsluisde naar de verzetsman Ton Fauche Filthoven (die later door de Duitsers werd gefusilleerd. Overigens die naam kan ik nergens vinden. Ik vermoed dat het de Engelse interpretatie is en het Ton of Anton Veldhoven ofzoiets is.). Tot het einde van de oorlog bleef het echtpaar Beekhof-Harmsen onvermoeibaar zoeken naar veilige schuilplaatsen en opvanglocaties voor gecrashte geallieerde piloten in en rond Zeist. Het dossier Cornelis Beekhof lees je hier. Zijn vrouw wordt hier genoemd.

Cornelis “Kees” Bauer, Krugerlaan 44

Van Zeister tiener tot KP-er in de vuurlinie – Cornelis “Kees” Bauer werd op 1 juni 1924 geboren in Zeist. Hij groeide op aan de Krugerlaan 44 als zoon van de Amersfoortse loodgieter Antonie Johannes Bauer en de Zeisterse Maria Leonhard. In de jaren dertig haalde de jonge Kees al regelmatig de krant met zijn succesvolle deelname aan puzzels en prijsvragen. Tijdens zijn tienerjaren toonde hij zijn organisatietalent als secretaris van de Zeister Jongerengroep “Samuel”, die was aangesloten bij de Hervormde Jeugdraad in Zeist. Toen de Duitse bezetting voortduurde, koos Kees echter voor een aanzienlijk gevaarlijker pad: hij sloot zich aan bij de Landelijke Knokploegen (LKP) en werkte geregeld samen met de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). In Zeist hield hij voor de coördinatie van het verzetswerk nauw contact met H.F. Kamminga aan de Slotlaan 76. Daarnaast lezen we in de rapporten met namenlijsten dat hij ook een netwerk had in de richting van Driebergen, Doorn en Maarn.

De geheime operatie in de garage van Huis te Maarn – Toen Kees zelf regelmatig moest onderduiken, vond hij onderdak bij de familie Idenburg, die in de chauffeurswoning (Huize Guido) en garage bij het uitgestrekte landgoed Huis te Maarn woonde. Samen met de zoons Cor en Henny Idenburg (beiden BS-leden) zat Kees daar midden in de gevarenzone. Na de Slag om Arnhem (Market Garden) in september 1944 transformeerde dit adres in een geheim medisch hoofdkwartier voor gestrande Britse ‘hotshots’. Onder de neus van de bezetter hield Kees zich hier bezig met de verzorging en het transport van geallieerde militairen. In deze garage werd de zwaargewonde Britse brigadegeneraal John Hackett, die er dagenlang verborgen zat, zelfs voor een tweede keer in het geheim geopereerd door de eveneens ondergedoken legerartsen Lipmann Kessel, Redman en Ridler, met medische instrumenten die door het verzet waren binnengesmokkeld. Kees fungeerde hierbij als de vitale, lokale shuttledienst die deze prominente officieren over korte afstanden van het ene naar het andere veilige adres loodste. In totaal hielp het netwerk rond Huis te Maarn zo’n 24 tot 30 geallieerden in hun vlucht richting de Biesbosch.

Uitsnede uit het rapport met de drie belangrijkste namen, allen van het R.A.M.C.

Zuinige geallieerde logica versus een eigen fiets – Naoorlogse rapporten van de geallieerde commissies getuigen van Kees’ cruciale inzet bij het gidsen en transporteren van deze evaders. Hoewel luitenant Van Loenen uit Zeist hem wegens de immense risico’s nadrukkelijk voordroeg voor een hogere Grade 5-onderscheiding, besloot de geallieerde administratie met kille, bureaucratische logica dat zijn werk een Grade 6-waardering kreeg. Een rapporteur noteerde immers droogjes: “Bauer transported in Maarn-area (short distances).” Het gevaar was er niet minder om. Omdat Kees tijdens deze zenuwslopende ritten zijn eigen fiets was kwijtgeraakt, tekenden de geallieerden aan dat hij in aanmerking kwam voor kostbare (binnen)banden. In maart 1946 wierp zijn verzoek definitief vruchten af: Kees mocht als tastbare dank voor zijn moed een daadwerkelijk toegekende, gebruikte fiets gaan ophalen bij de geallieerde inlichtingendienst MIS-X in Wassenaar. Zelf grasduinen in Kees zijn rapport doe je hier.

Johan Timon Mojet, Verlengde Slotlaan 148

Johan Timon Mojet werd op 13 augustus 1885 geboren in Gameren als zoon van het hoofdonderwijzersgezin Jan Timon Mojet en Diederika Borren. De sterke familiebanden binnen deze reizende onderwijzersfamilie werden in 1926 bezegeld toen Johan trouwde met zijn nicht Gerardina Maria Elizabeth Borren. De familie Mojet-Borren kreeg al snel een stevige voet aan de grond in Zeist; na het overlijden van vader Jan Timon sr. in 1928, vestigde de weduwe Mojet-Borren zich met haar dochter (en dus zus van Johan) aan de Heerenlaan 35. Diederika Borren overleed in 1941 en ligt met haar man Jan Timon Mojet begraven in Voorthuizen.

Zoon Johan Timon betrok zelf de woning aan de Verlengde Slotlaan 148, van waaruit hij een prominente maatschappelijke rol in de Zeister gemeenschap op zich nam. Tijdens de oorlogsjaren was hij voorzitter van de vereniging ‘Oost & West’ (afdeling Zeist e.o.) en lid van de Zeister Commissie Bestrijding Zwarte Handel. Meest opvallend was echter zijn functie als plaatsvervangend hoofd van de Luchtbeschermingsdienst (LBD) in Zeist. De Zeister LBD stond erom bekend doorspekt te zijn met verzetslieden; de officiële functie bood Mojet niet alleen een perfecte dekmantel, maar gaf hem ook een cruciale ‘Ausweis’ waarmee hij na spertijd legaal over de Zeister straten mocht bewegen. In zijn naoorlogse rapporten voerde hij zijn jongere broer, Johannes Jacobus (J.J.) Mojet, op als naaste bloedverwant en referent. Zeer waarschijnlijk de bekende Generaal-Majoor J.J. Mojet die in de meidagen van 1940 Hoofd Sectie I was op het HK Vesting Holland in Den Haag en in de oorlog deels in kampen gevangen zat en na de oorlog furore maakte bij de KNIL. Ondertussen maakte hun achterneef, kapitein Alexis Frederik Borren, in de Zeister kranten van 1930 nog genoemd vanwege het geruchtmakende Curaçaose Waterfort-incident, furore binnen de krijgsmacht.

Achter de façade van deze gerespecteerde Zeistenaar verschool zich een helper binnen de ‘escape- en evaders’-routes. Via het Utrechtse netwerk van Zeistenaar Joke Folmer (Homeruslaan 57) kreeg Mojet in februari 1944 de zorg overgedragen voor twee gecrashte Amerikaanse USAAF-bemanningsleden: S/Sgt. Donald H. Crawford (left waist gunner) uit Lake George, NY en Sgt. Leroy Croy (belly turret gunner) uit Long Beach, CA, wiens naam in de haastig opgemaakte naoorlogse rapporten aanvankelijk werd verbasterd tot ‘Roy Gray’. De twee Amerikanen waren kort daarvoor, op 30 januari 1944, ternauwernood ontsnapt toen hun B-24H Liberator-bommenwerper, genaamd ‘Sunday Girl’, na een missie op Braunschweig een succesvolle buiklanding maakte in de weilanden tussen Bunschoten en Nijkerk. Terwijl vier van de 10 crewleden direct werden gearresteerd, wisten Crawford en Croy via een safehouse in het dorpje Appel (Tussen Nijkerk en Voorthuizen) en de bekende verzetsman Gerrit van der Born ons Zeist te bereiken. Mojet ontving via Folmer de twee vliegeniers en droeg hen na twaalf dagen weer over aan het netwerk van Folmer, waarna zij met succes via Jacques “Van den Brink” Vrij uit Maastricht naar het verdere zuiden konden worden gesmokkeld. Hoewel de exacte verblijfplaats van de Amerikanen tijdens deze twaalf dagen niet expliciet uit de stukken blijkt (en het onbekend is of zij daadwerkelijk aan de Verlengde Slotlaan ondergedoken hebben gezeten) vormde Mojets hulp een vitale en uiterst risicovolle schakel in hun uiteindelijke behouden thuiskomst.

Na de bevrijding werd zijn ondergrondse inzet officieel gedocumenteerd, al sloop er in de Amerikaanse administratie van september 1945 een typfout waardoor hij als ‘J.F. Mojet’ (Grade 5) werd geregistreerd op zijn adres aan de Slotlaan. Zijn status als betrouwbare helper stond lokaal echter buiten kijf. In augustus 1945 werd zijn naam al expliciet genoemd in een brief van de bekende escape-lijn-organisator Nel Lind, waarna hij in februari 1946 formeel werd aanbevolen door C. van Loenen (Ik vermoed de Zeistenaar Captain van Loenen). Johan Timon Mojet overleed in 1961 in Zeist, waar hij herinnerd wordt als een plichtsgetrouwe burger die zijn officiële LBD-status en privileges effectief wist in te zetten om geallieerd personeel uit handen van de bezetter te houden.

In Zeist neergekomen personen

In Zeist zijn gedurende de oorlog diverse geallieerden per parachute neergekomen:

  • Blenheim R3731 UX-Y – Arthur Alfred STANLEY. Opgepakt en POW
  • Lancaster KB734 VR-F – Bob Porter, ontsnapt! Landde achter Landgoed Pavia in Zeist, werd opgepikt door het verzet, kwam in Driebergen terecht. Voor een nachtje in de Loolaan 95 bij Fam. Bos, toen kleine twee weken bij Klaas van Middelkoop, Wilheminastraat 5a (sinds 1966 heet het Korte Dreef 5), erna bij Hermanus Rakers in Groenekan waar hij na 27 weken ondergedoken gezeten te hebben rond kerst 1944 probeerde de rivier over te steken wat helaas mislukte (POW).
  • Lancaster KB734 VR-F – John Trussler. Opgepakt in Torenlaan en POW
  • Lockheed P-38 J 42-67719 KI-? – Allen D. Singleton Jr. Opgepakt en POW

Verder lezen

Om nu al verder te lezen wat links

Op dit adres in De Krim, Driebergen dook bommenrichter Bob Porter onder nadat hij in Zeist neergekomen was.