De Zeister scholier die omkwam door de atoombom (Kik Aalders)

De Zeister scholier die omkwam door de atoombom (Kik Aalders)

Van het CLZ in Zeist naar Nagasaki in Japan: luitenant Kik Aalders (1913-1945)

Stel je voor: je zit in de jaren twintig op het pas geopende Christelijk Lyceum aan de Lindenlaan in Zeist. In de klas naast je zit Kik Aalders, een vrolijke jongen die dagelijks vanuit Bosch en Duin naar school fietst. Na zijn eindexamen vertrekt hij, zoals zoveel jongens van het internaat en uit Zeist, naar Nederlands-Indië. Daar begint een veelbelovende carrière. Maar dan breekt de oorlog uit.

Op 9 augustus 1945, om precies elf uur ’s ochtends, zagen krijgsgevangenen in kamp Fukuoka 14 bij Nagasaki een felle lichtflits, onmiddellijk gevolgd door een enorme explosie. Tussen hen bevonden zich de broers Kik en Willy Aalders. Voor Kik, de voormalige Zeister scholier, zou deze dag fataal blijken.

Planterskinderen in Zeist

Christiaan Helenus Harmannus ‘Kik’ Aalders werd op 18 september 1913 geboren op de rubberplantage Soengei Silau op Sumatra, als derde zoon van Jan Gijsbert Aalders en Christina Helenus Harmannus Schaafsma. Zijn vader was general-manager van de Sennah Rubber Company op Sumatra, waar rubber werd geproduceerd voor de wereldmarkt. Zoals gebruikelijk op plantages in die tijd, werkten daar contractarbeiders onder toezicht van Europees personeel.

Na gezondheidsklachten van vader Aalders nam hij in 1918 ontslag en repatrieerde het gezin in de zomer van 1919 terug naar Nederland. De zesjarige Kik en zijn broers en zus, Pier, Jan, Lies, Willy en later Gijs, vestigden zich in Bosch en Duin, aan de rand van Zeist aan de Vossenlaan 8 (gebouwd in 1913)

Zoals vele families uit de planterswereld die terugkeerden uit Nederlands-Indië, vond het gezin Aalders in de Zeister regio een thuishaven. De gemeente telde in die jaren opvallend veel families met Indische wortels, aangetrokken door het gematigde klimaat, de kwaliteit van de christelijke scholen en het groene karakter van de omgeving. Het Christelijk Lyceum met zijn internaten was bij uitstek een trekpleister voor kinderen van “Indië-gangers”. Maar eerst namen ze nog even een detour: Het gezin verbleef tijdelijk in het Duitse Heidelberg (november 1921-1924), vermoedelijk vanwege de gezondheid van vader Aalders (veel kuuroorden daar), en woonde kort in Helmond (1924- zomer 1926) alvorens zich in Zeist te vestigen aan het Zusterplein 6. In 1948 verhuisden ze naar Hilversum. Kiks broer Pier Aalders (1909) nam volgens mij later het huis in Bosch en Duin over. En op 13 mei 1939 lezen we in de Zeister Courant dat 2e Luitenant van de Genie, Gijsbert B. Aalders zich (ook) vestigt in de Vossenlaan 8, komende vanuit Utrecht. De familie kan dit vast bevestigen of ontkennen.

Scholier aan het Christelijk Lyceum Zeist

Kik Aalders doorliep zijn middelbare schoolopleiding aan het Christelijk Lyceum (CLZ) te Zeist van circa 1926 tot 1932. Het lyceum was in 1917 vanuit Zetten naar Zeist verhuisd en kreeg in 1922 zijn definitieve behuizing aan de Lindenlaan, een imposant gebouw ontworpen door de architecten Jan en Theo Stuivinga. Dagelijks fietste Kik vanuit het ouderlijk huis in Bosch en Duin naar de school.

Het Christelijk Lyceum stond in die jaren bekend als een school waar veel kinderen van ambtenaren, predikanten, artsen en planters uit Nederlands-Indië les volgden. De school werd gedomineerd door de bewoners van de jongens- en meisjesinternaten en had daardoor een licht internationaal karakter. Voor Kik, die zijn eerste levensjaren in Indië had doorgebracht, was dit een vertrouwde omgeving.

Na zijn eindexamen vervolgde Kik zijn studie aan de Universiteit Utrecht, waar hij in 1936 zijn doctoraal Indisch Recht behaalde. Deze specialisatie was veelzeggend: ondanks dat hij slechts zijn eerste zes levensjaren in de kolonie had doorgebracht, lonkte het tropische bestaan. De koloniale wereld zat in het DNA van het gezin Aalders. Vader Jan Gijsbert maakte na zijn terugkeer naar Nederland nog regelmatig reizen naar het Indische Archipel.

Welpenleider bij de Bisons in Zeist

Avontuur zat Kik Aalders in het bloed. In zijn jeugd werd hij lid van scoutinggroep De Bison in Zeist (Groep 1), opgericht in 1911 en een van de oudste padvindergroepen van Nederland. Prins Hendrik reikte in 1916 persoonlijk de eerste vlag uit aan deze groep. De Bison stond bekend om zijn enthousiaste leden en vormde veel Zeister jongens die later actief en beroemd werden in het verzet en de KNIL zoals Henri van Zanten, Flip Masselman, Andries Stemerding en de broers Hendrik en Willem Oltmans.

Bij De Bison klom Kik op tot assistent welpenleiding en in 1936 werd hij Akela (hoofdleider van de welpen, de jongste groep van 7-11 jaar). Hij leidde de welpen tot de zomer van 1937, toen hij vertrok naar Nederlands-Indië. Als welpenleider was hij wekelijks actief in Zeist en begeleidde hij tientallen jonge Zeister jongens bij hun eerste stappen in de padvinderij.

De combinatie van zijn christelijke achtergrond (Christelijk Lyceum) en zijn betrokkenheid bij De Bison laat zien dat Kik stevig geworteld was in het sociale leven van Zeist.

Terug naar Indië

Na zijn afstuderen in 1936 lezen we in de Zeister Courant van 29 mei 1937 dat Kik naar Nederlands-Indië is vertrokken, waar hij een baan vond als adjunct-referendaris bij het Departement van Justitie in Batavia (Jakarta). In deze functie behandelde hij als jurist bestuurlijke en juridische vraagstukken voor het koloniale bestuur.

Op 8 november 1940 trouwden Kik en Jacoba van Vooren in Batavia, zoals het Bataviaasch Nieuwsblad meldde.

In 1939 verloofde hij zich met Jacoba ‘Coby’ van Vooren, dochter uit een plantersfamilie uit Indië. Op 8 november 1940 trouwden zij in Batavia. In 1942 werd hun zoon geboren, een naam wordt niet vermeld in de beschikbare bronnen, maar vermoedelijk is de naam Wim. Het verloop van Coby en haar ouders is ook interessant. Heb hier wat verzameld.

Ondertussen waren de spanningen in Azië tot een kookpunt gestegen. Na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 verklaarde Nederland de volgende dag de oorlog aan Japan. De strijd om Nederlands-Indië was ingezet.

KNIL Cavalerie in Nederlands-Indië. Foto ter illustratie.

Spanning loopt op: van jurist tot mobilisatie in het leger

In juli 1941, nog vóór Pearl Harbor waarbij Amerika de oorlog in werd getrokken, werd de dreiging al zo ernstig dat de koloniale overheid maatregelen nam. De Indische Courant meldde op 1 juli 1941:

“Tijdelijk voor den duur van een jaar ter beschikking gesteld van den Legercommandant, teneinde door dezen bij het leger tewerkgesteld te worden, mr. C.H.H. Aalders, thans red. bij het dep. van justitie.”

Dit betekende dat Kik uit zijn civiele functie werd gehaald en ingezet bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) ter voorbereiding op de oorlog. Ook zijn broer Willy, sinds 1936 werkzaam als handelscorrespondent in Indië, werd opgeroepen. Als Reserve 1e Luitenant KNIL der cavalerie kreeg Kik dus een militaire functie.

Kik en Willy worden krijgsgevangen gemaakt

De Japanse opmars was niet te stoppen. Begin maart 1942 capituleerde Nederlands-Indië. De Europese mannen en vrouwen werden in de beruchte interneringskampen ondergebracht. Communicatie met het door de Duitsers bezette Nederland was vrijwel onmogelijk.

Op 9 juli 1943 ontving vader J.G. Aalders in Bosch en Duin via het Rode Kruis eindelijk levensbericht van Willy: hij zat in een krijgsgevangenkamp op Java. “Heerlijk dat hij nog in leven is en we hem nog hebben,” schreef de vader opgelucht aan zijn oudste zoon Pier.

Wat de familie niet wist: Willy en Kik bevonden zich inmiddels al elders: in Japan. Kik’s vrouw Coby zat met hun zoontje in vrouwen- en kinderenkamp Tjihapit (nu Cihapiet, Bandoeng)

Op transport naar Japan: Java Party 12

In 1942/1943 bouwden de Japanners bij Nagasaki kamp Fukuoka 14B, bestemd voor krijgsgevangenen uit Nederlands-Indië die als dwangarbeiders moesten werken op de Mitsubishi-scheepswerf. Begin 1943 werden Kik en Willy Aalders geselecteerd voor transport naar Japan.

Op 1 februari 1943 werden de broers Aalders in Soerabaja ingescheept op de Maebashi Maru 2, samen met ongeveer 1.900 Nederlandse krijgsgevangenen, de zogeheten Java Party 12. Maar het was niet bepaald een feestje. Het was een smerig schip met afgewerkte kolen op het dek. De gevangenen werden in het voorste ruim gepropt, zonder patrijspoorten en zonder werkende ventilatie. Liggend slapen was onmogelijk; iedereen zat met opgetrokken knieën. Het eten bestond uit wat rijst en vissoep. Door visvergiftiging en per ongeluk als thee geschonken permanganaat (desinfecteringsmiddel gebruikt om eetgerei aan boord af te spoelen) werden velen ziek.

Via Tandjong Priok (Batavia), waar 200 zieken van boord gingen, voer het schip op 9 februari 1943 Singapore binnen. In het Changi-kamp werden de gevangenen verzameld. Een deel zou naar de beruchte Birmaspoorweg in Thailand worden gestuurd. De broers Aalders hadden ‘geluk’: zij behoorden tot de groep van 1.000 man die op 2 april 1943 met de Hawaii Maru 1 naar Japan vertrok.

Aankomst in Nagasaki: Kersenbloesems en het kamp

Het transport vond plaats in een konvooi van vier schepen. Via Saigon (5 april) en Takao op Taiwan (15 april) voeren zij naar Moji op het Japanse eiland Kyushu. Tussen Saigon en Takao was de zee zeer onstuimig, waardoor er veel zeezieken waren. Zes gevangenen overleefden de reis niet. Op 24 april 1943 kwam het schip aan in Moji. Van de 1.000 man die in Singapore waren vertrokken, arriveerden er 994 in Japan. Tweehonderd gevangenen, waaronder Kik en Willy Aalders, werden in een geblindeerde trein naar Nagasaki gebracht, 200km verderop. In Moji zagen ze even de kersenbloesem bloeien. Voor hen een laatste glimp van schoonheid voor ze hun nieuwe gevangenschap tegemoet gingen.

Uitgeput bereikten de mannen kamp Fukuoka 14B op 24 april 1943. Het kamp lag op 750m van het centraal station van Nagasaki, tussen de fabrieken op het industrieterrein langs de Urakami-rivier. De broers behoorden tot de eerste lichting. Kik had kampnummer 1 (!) en broer Willy 4. Door slechte hygiëne en heersende dysenterie stierven de eerste maand al zeven Nederlandse krijgsgevangenen. Kik en Willy waren gelukkig sterk van gestel en overleefden deze begintijd. Ze moesten dwangarbeid verrichten op de Mitsubishi-scheepswerf, ironisch genoeg in de negentiende eeuw opgericht door de Nederlandse marine.

Zeistenaar Kik als commandant der gevangenen

De Japanners stelden volgens militaire hiërarchie de hoogste in rang aan als liaison tussen henzelf en de krijgsgevangenen. Als reserve eerste luitenant der cavalerie werd Kik Aalders benoemd tot commandant van de gevangenen. Zijn broer Willy werd zijn bediende (toban). Hierdoor werden beiden vrijgesteld van werk op de werf en bemiddelden zij tussen gevangenen en Japanners. Twee andere officieren, de heren Hoyer en Paul Jolly, deelden deze verantwoordelijkheid.

Het was geen benijdenswaardige positie. De krijgsgevangenen kregen geen status zoals vereist door de Geneefse Conventie. Ze moesten beloven niet te deserteren en eerbied voor de Japanse vlag en keizer te tonen. Luitenant Aalders en vaandrig Jolly protesteerden tegen het tekenen van zo’n verklaring, maar toen deze werd afgedwongen, nam Aalders de verantwoordelijkheid op zich.

Hier kwam zijn juridische expertise van pas: als jurist adviseerde hij zijn medegevangenen de verklaring wél te tekenen, omdat een onder dwang afgegeven verklaring juridisch niet bindend is. Deze pragmatische insteek voorkwam verdere represailles van de Japanners, terwijl de gevangenen juridisch gezien hun handen vrij hielden. Het toont het belang van Kiks achtergrond in het Indisch recht.

Dr. J. Stellingwerf beschreef in zijn boek ‘Fat Man in Nagasaki’ (1980) hoe Kik Aalders opereerde: “Hij was geen geboren leider die actief met allen meeleefde en voor hen in de bres sprong. Maar wel had hij, pas dertig jaar oud, een gezag dat op eruditie, aanwezig zijn, zorgzaamheid en verantwoordelijkheidsbesef berustte.” De mogelijkheden die Aalders bezat, gebruikte hij om meer voeding en betere behandeling voor zijn mensen te verlangen.

Zwaar werk op de scheepswerf

In een interview met medegevangen Ronald Scholte in de Vrij Nederland van 15 augustus 1987 beschrijft Scholte het werk. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders op de Mitsubishi-scheepswerf. Scheepswanden werden met klinknagels aan elkaar bevestigd: zwaar, handmatig werk. Later werden gevangenen opgeleid tot lasser om de productie te versnellen. De Japanners verloren door Amerikaanse torpedo’s en bombardementen steeds meer schepen en hadden haast.

De omstandigheden waren buitengewoon zwaar. Scholte herinnerde zich: ‘Medicijnen werden niet verschaft en het eten was slecht, eenzijdig en veel te weinig. Ik heb daar heel wat makkers naar het crematorium gedragen. De Japanners kenden geen greintje mededogen.’

In de strenge winters droegen de mannen het hele jaar dezelfde kleren, ‘beter gezegd vodden’. Zich warmen bij de bakken waarin klinknagels werden verhit was streng verboden. Betrapt worden betekende een pak slaag.”

1944 (ca.) – Eerste kaart van Luitenant C. Aalders in kamp 14-B aan zijn vrouw op Java. Voorzien van een duidelijke afdruk van het blauwe stempel ‘Fukuoka Prisoner of War Camp Censored’ (gecensureerd) met een niet-geïdentificeerd vierkant zegel; de achterzijde bevat zegels van Saito en Kitano (kampbewakers of censoren?). De kaart is doorgestuurd naar het burgerinterneringskamp Tjihapit op Java.” (bron: Facebook)

Ondanks de barre omstandigheden probeerde Kik contact te houden met zijn vrouw en zoon. In 1944 slaagde hij erin een kaart vanuit Fukuoka 14B te versturen naar Coby, die met hun zoontje in interneringskamp Tjihapit op Java zat. De kaart, gecensureerd door de Japanse kampautoriteiten, bereikte haar uiteindelijk. Dergelijke post was zeldzaam, want de meeste berichten gingen verloren of werden tegengehouden.

De laatste maanden: bombardementen en schuilkelders

In de zomer van 1945 namen de Amerikaanse luchtaanvallen op Japan drastisch toe. Nagasaki werd in juli zes maal gebombardeerd. Op 1 augustus trof een bom het kamp zelf: een voltreffer op de schutting drukte de schuilkelders erachter in elkaar. Een Engelse gevangene kwam om.

Luitenant Aalders, als kampcommandant verantwoordelijk voor zijn mannen, verzocht de Japanse bewakers om veiliger beschutting. De schuilkelders lagen te dicht bij de fabrieken en boden onvoldoende bescherming. Na lang aarzelen, want waarom zouden de gevangenen niet dezelfde risico’s moeten lopen als zijzelf, gaven de Japanners op 4 augustus toestemming om nieuwe schuilplaatsen aan te leggen in de heuvels vlakbij het kamp.

Op zondag 5 augustus begonnen twee ploegen gevangenen met het uithakken van ondiepe grotten in de rotswand, een paar honderd meter van het kamp aan de overzijde van de spoorweg. De gangen werden ongeveer 1,50 meter hoog en 1,20 meter breed. De mannen werkten in ploegendienst vanwege de hitte. Op 9 augustus was men in de ene gang enkele meters gevorderd, in de andere wat verder.

Het zou net genoeg blijken te zijn om sommigen te redden.

Medegevangene Ronald Scholte werd in Vrij Nederland geinterviewd en bevestigt dit verhaal: “Onze commandant, luitenant Aalders, heeft toen aan de bewakers gevraagd of we geen veiliger beschutting konden krijgen. Na lang tegenstribbelen kregen we tenslotte toestemming om een paar ondiepe grotten in te richten als schuilplaatsen.”

Amerikaanse oorlogscorrespondent George Weller, die kort na de Japanse capitulatie als eerste westerse journalist Nagasaki bezocht, interviewde de overlevende kampcommandanten. Hij schreef dat luitenant Aalders samen met de Nederlandse arts en medecommandant dr. Jakob Vink bij de Japanners had geprotesteerd tegen de ligging van het kamp zo gevaarlijk dichtbij naast de Mitsubishi-scheepswerf. Later vroegen zij toestemming om schuilkelders te graven. Na aanvankelijke weigering (De Japanners vonden dat de gevangenen maar net zoveel risico voor bommen moesten lopen als zijzelf.) werd dit toegestaan, maar de gevangenen waren pas net met het graven begonnen toen de grote klap kwam…

Zicht op de paddenstoelwolk boven Nagasaki, gefotografeerd vanaf de Kawanami Kōgyō werf (Kōyagi) op circa 13 kilometer afstand. Terwijl men hier toekeek, werd kamp Fukuoka 14B op slechts 1,8 kilometer (!) van het hypocentrum getroffen door de hitte en drukgolf. De Mitsubishi Jukogyo scheepswerf lag weer verder van het hypocentrum dan het kamp (2 a 3km).

9 augustus 1945

Op 8 mei 1945 capituleerde Duitsland, maar in Azië woedde de oorlog voort. Op 6 augustus 1945 viel de eerste atoombom op Hiroshima. Alle communicatie in Japan lag eruit en het duurde even voor het leger en de regering doorhad wat hen overkomen was. De Amerikanen pakten door en wilden gelijk Rusland laten zien wie hier de sterkste was. Om een punt te maken wilden ze nog een atoombom droppen. Drie dagen later was Nagasaki aan de beurt. De tweede atoombom, ‘Fat Man’, was eigenlijk bestemd voor de stad Kokura, maar door slecht zicht kozen de Amerikanen voor het alternatieve doelwit. Het middelpunt van de explosie lag ruim drie kilometer van het beoogde punt, waardoor de explosie deels in een dunbevolkt gebied plaatsvond, maar nog altijd met verwoestende gevolgen. Zo’n vier medegevangenen kwamen direct om, waaronder Arie Groen, Jacob Don Holthausen en Maurits Johan Louis Megens. Nog eens een viertal aan de gevolgen.

Broer Willy beschreef wat er gebeurde in een aangrijpende brief van 27 september 1945 vanuit Manilla aan zijn ouders in Bosch en Duin:

“Wat mis ik Kik erg! 9 augustus ’s morgens om 11 uur zagen wij een lichtflits en onmiddelijk daarop hoorden we een ontzettende explosie. ’t Heele kamp was op de been (…) De slag kwam geheel onverwacht, want de ongelukkige Jap had geen alarm gemaakt; ook niet in de stad. Ik was in een van de kamers van onze barak bezig met vegen op de eerste verdieping en zakte met mijn verdieping en het dak op de begane grond.”

Willy liep zelf flinke verwondingen op aan polsen, arm en rug, maar kon zich uit het puin werken. “De lucht was nog 5 a 10 minuten grijs van stof en opgeblazen zand. Buitengekomen zag ik alles wit worden en moest gaan zitten.

Kik was tien minuten voor de explosie gaan slapen. “Maar daar vond ik hem niet,” schreef Willy. Anderen vonden hem uiteindelijk in een andere kamer in dezelfde barak, zwaargewond. Zijn voorhoofd was opgezwollen, zijn oogleden zo gezwollen door bloeduitstortingen dat zijn ogen nauwelijks open konden.

De gevolgen van de atoombom op Nagasaki.

De laatste vijf dagen

De artsen dachten aanvankelijk dat Kik een ernstige hersenschudding had. Later bleek dat ook zijn schedelbasis gebroken was. Willy: “Den volgenden morgen heb ik bij hem gezeten zoo goed en zoo kwaad als het ging en hij is toen erg rustig geweest, wat mij hoopvol maakte. Maar de omstandigheden voor de patienten waren slecht. Ze lagen op de grond in het stof; ook waar wij bivakeerden was alles verwoest en verbrand.”

De officiële Japanse registratiekaart van Kik Aalders (kampnummer 15980, hier verderop boven te zijn als POW-kaart) geeft een nog indringender beeld van zijn laatste strijd. Waar Willy sprak over een opgezwollen voorhoofd, noteerde de Japanse kampadministratie de kille medische diagnose: 頭蓋骨骨折 – een schedelbasisbreuk. De klap van de barak die bovenop hem instortte op 1,8 kilometer van het nulpunt, was fysiek verwoestend geweest.

Na de verwoestende klap werd de zwaargewonde Kik overgebracht naar een provosorisch noodhospitaal in Kogakura, een kustwijk van Nagasaki op zo’n 7 tot 8 kilometer ten zuiden van het hypocentrum, die door de tussenliggende bergen gespaard was gebleven. Op zijn Japanse registratiekaart staat deze locatie aangeduid als de Kogakura Ryō (小ヶ倉寮, een gevorderde houten arbeidersbarak). Ondanks de dodelijke verwonding hield hij het nog vijf dagen vol, tot 14 augustus 1945 om 17:00 uur. Één dag voor de Japanse capitulatie, overleed luitenant C.H.H. “Kik” Aalders. Hij is geen enkel moment bij bewustzijn geweest. De Zeister broers hebben elkaar niets kunnen zeggen.

Ik voelde me ellendig van verdriet en machteloosheid,” schreef Willy aan zijn ouders. “Wat vreeselijk zielig, dat hij na al die beroerde jaren de belooning niet heeft mogen smaken van vrijheid, terugkeer naar gezin en werk. Ettelijke plannen hadden we al gemaakt en wat verlangde hij naar Coby en [zijn zoontje, geb. 1942].”

De betreffende scheepswerf van Mitsubishi. Deze werd volledig verwoest door de atoombomexplosie boven Nagasaki. De scheepswerf wordt tegenwoordig nog steeds door Mitsubishi gebruikt. (bron: Tracesofwar.nl)
Na de capitulatie strooiden de Geallieerden dit soort briefjes van boven in de POW-kampen. De Amerikanen komen er aan om je te onzetten. Voor Kik was het echter al te laat.
Beelden van de bevrijding van een soortgelijk kamp: Fukuoka 2B. Geeft een beeld van leefomstandigheden. Dit kamp was ook nabij Nagasaki maar verder weg van de impact van de atoombom.

Thuiskomst in Zeist

Op 11 oktober 1947 ging de urn van Kik mee met de M.S. Johan van Oldebarnenvelt. Een bekend schip dat veel herpatrieringen verzorgde. Op 17 januari 1948 werd de urn met stoffelijke resten van luitenant C.H.H. Aalders herbegraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats te Zeist (thans Bosrust). De urne was dus via het Rode Kruis en de Oorlogsgravenstichting vanuit Japan overgebracht naar Nederland. Het graf bevindt zich in vak 431, rij 2, klasse B. Het werd eigendom van zijn broer Willy J.A. Aalders, die na de oorlog woonde aan de Vossenlaan 8 in Zeist.

Naast Kik werden ook zijn ouders, J.G. Aalders (1872-1957) en C.H.H. Aalders-Schaafsma (1879-1953), hier later begraven. Ook zijn broer Willy (1915-1998), die de atoombom wél overleefde, vond hier zijn laatste rustplaats.

Het grafonderhoud werd in de naoorlogse decennia door de familie zelf verzorgd. In 1965 constateerde de opzichter der begraafplaatsen dat het graf er “vuil” uitzag. In de jaren zeventig en tachtig volgden meldingen dat het graf was overgroeid door struiken. Telkens bood de Oorlogsgravenstichting aan het graf over te brengen naar het ereveld in Loenen of naar het Algemeen Hoofdkwartier te Bandoeng, maar de familie weigerde dit consequent.

In 1992, toen opnieuw verplaatsing werd voorgesteld, reageerde de familie fel. Een telefonische gespreksnotitie uit het archief vermeldt: “Na telefonisch contact met dhr. Ten Horstblok bleek de familie geen prijs te stellen op overbenging. Ze beschouwen dit zelf als grafschennis!” Het graf moest in Zeist blijven, waar Kik zijn jeugd- en schooljaren had doorgebracht. Die wens is gerespecteerd.

Epiloog

Kik Aalders werd 31 jaar. Zijn weduwe Coby, wiens ouders (Kik’s schoonouders) óók in de kampen omkwamen, hertrouwde na de oorlog met haar zwager, de kolonel der genie G.B. ‘Gijs’ Aalders. Gijs was Kiks jongste broer, die tijdens de oorlog eveneens in krijgsgevangenschap had gezeten. Uit dit huwelijk werden nog drie kinderen geboren. Voor Coby betekende dit dat ze binnen de vertrouwde familiekring bleef en haar zoon een vaderfiguur kreeg die zijn echte vader had gekend. Zeker gezien Coby niet alleen Kik kwijt was, maar ook beide ouders verloor in de oorlog. Iets wat vroeger vrij vaker voorkwam overigens, dat hertrouwen met een familielid.

Het verhaal van Kik Aalders werd in 2016 opgetekend door zijn achterneef Derk Jordaan, kleinzoon van Kiks broer Pier. In de reacties onder zijn artikel meldden zich meer familieleden, waaronder E.M. Hoyer, dochter van officier Hoyer die samen met Kik op een kamer in het kamp verbleef, en C.B. Reuvers, wiens moeder de zus van Coby was. Ook Stephane Adam, kleinzoon van Kiks zus Elisabeth, reageerde: “I only recently learned of what happened to him in Nagasaki.”

Het graf op Bosrust herinnert aan een bijzonder verhaal: dat van een jongen die op Sumatra werd geboren, in Bosch en Duin opgroeide, dagelijks naar het Christelijk Lyceum in Zeist fietste, als vrijwilliger welpen begeleidde, en uiteindelijk als een van de weinige Nederlandse slachtoffers omkwam door de atoombom op Nagasaki.

Kiks ouders werden later beiden op dezelfde begraafplaats in Zeist bijgezet: vader Jan Gijsbert Aalders overleed in 1957, moeder Christina Helena Harmanna Schaafsma in 1953 in Hilversum.

Zijn verhaal verbindt Zeist met een van de meest ingrijpende gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis. De atoombom maakte een einde aan de Tweede Wereldoorlog, maar niet voordat deze nog een laatste tol eiste onder jonge mannen als Kik Aalders, ver van huis, maar nooit vergeten in de gemeente waar hij zijn jeugd doorbracht.


Bronnen en links:

Naschrift

Het is wat hersengymnastiek om dit verhaal hier te rechtvaardigen bij Luchtoorlog Zeist maar het betreft toch echt een Zeistenaar die hier opgegroeid is en ook begraven in Zeist en de gevolgen van de luchtoorlog. Ik reken het goed!

Aanvullende info of wijzigingen altijd welkom. Overigens ben ik in zomer 2026 zelf in Japan op reis geweest en heb daar o.a. Hiroshima bezocht, waar de eerste atoombom viel. Inclusief bezoek aan het vredespark, de atomic bomb dome en het museum. Erg indrukwekkend. Tenslotte veel dank voor Derk Jordaan, het familielid van Kik die een minstens zo uitgebreid stuk heeft geschreven. Ik heb daarop gebaseerd aangevuld en de link met Zeist hopen te benadrukken.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *